België en Ierland ondersteunen artiesten op verschillende manieren

Analyse

Kunstwerkattest versus basisinkomen

België en Ierland ondersteunen artiesten op verschillende manieren

Kunstenaarsstatuut
Kunstenaarsstatuut

België zorgt met de kunstwerkuitkering voor gemoedsrust van artiesten die een periode geen werk hebben of heel weinig betaald worden. Ierland kiest voor een radicaal andere steun: een basisinkomen voor artiesten waarbij alle andere steunmaatregelen vervallen.

Op 1 januari 2024 trad de wet tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers in werking. Het “kunstwerkattest” was geboren.

Van dat attest bestaan drie types: het gewone attest voor zelfstandige kunstwerkers in hoofdberoep die geen uitkering ontvangen en dat geldt voor vijf jaar; het attest ‘plus’, eveneens vijf jaar geldig, bestaat voor kunstwerkers die een uitkering krijgen; en het startersattest is er voor, tja, starters. De voorwaarden daarvoor zijn iets soepeler, het is drie jaar geldig, maar je moet wel kunnen aantonen dat je een ondernemingsplan kunt schrijven, of daar een opleiding voor volgt.

Taakloon en uurloon

De hervormingen die hier uiteindelijk toe zouden leiden, begonnen al in 2013 toen toenmalig minister van Economische Zaken Johan Vande Lanotte de begrippen “taakloon” en “uurloon” invoerde. Artiesten kregen toegang tot de werkloosheid als ze konden aantonen dat ze 24 maanden voor de aanvraag tot uitkering 256 dagen hadden gewerkt.

Acteur Johan Van Assche is gedelegeerd bestuurder van de Acteursgilde en stond in die hoedanigheid mee aan de wieg van het kunstwerkattest: ‘Als ze konden bewijzen dat ze met een taakloon tewerkgesteld waren, werden die 256 dagen met de cachetregeling berekend.’

Dat betekent dat er een bedrag bepaald werd dat stond voor één dag. Als een muzikant bijvoorbeeld een optreden gaf aan 250 euro werd dat bedrag gedeeld door 60 euro en had je vier dagen gewerkt. Daarnaast kon je ook met een uurloon werken, een niet-taakloon.

‘Maar,’ zegt Van Assche, ‘dat was een heel gedoe, want juridisch gezien bestaat er niet echt een verschil tussen die twee.’ Als je wil functioneren binnen de Belgische regelgeving moet een taak op administratief vlak omgezet worden naar een uurloon. Anders kun je geen aangifte doen bij de RSZ. Daarvoor moet je kunnen zeggen hoeveel dagen je gewerkt hebt, en hoeveel uren per dag.

‘Samen met Servaas Le Comte van Artists United, een belangenvereniging voor voornamelijk muzikanten, heb ik, in naam van de Acteursgilde, een voorstel uitgewerkt om te stoppen met het onderscheid te maken tussen taakloon en niet-taakloon, want dat is absurd’, zegt Johan Van Assche.

‘Behalve mensen met een vast contract, en die zijn in de absolute minderheid, werken alle andere artiesten de facto altijd met een taakloon. Ze worden voor een bepaalde opdracht geëngageerd, die een uur, een week, een maand of drie maanden kan duren, maar die altijd een afgelijnde opdracht is. Eens die is afgerond, is het gedaan.’

Kunstwerkuitkering geen vervangend inkomen

Daarnaast formuleerden Van Assche en Le Comte in hun voorstel het aantal dagen dat je zou moeten werken om een uitkering te krijgen, en de afschaffing van de verplichting om in te gaan op een oproep van de VDAB. Het document, met precieze berekeningen van dagen, lonen en bedragen werd de basis voor het kunstwerkattest.

‘Zoals dat gaat bij onderhandelingen, is er gemorreld aan het aantal dagen die gewerkt moeten worden’, zegt Van Assche. ‘Ons uitgangspunt, en zeker dat van mij, was dat een werkloosheidsuitkering een overgangsuitkering is tussen periodes van werk, bedoeld voor kunstenaars die regelmatig werken.’

Zo gebruikt ook Britt Das haar pasverworven plusattest. ‘Als freelance acteur zijn er tussen projecten vaak lange periodes waarin je geen opdrachten krijgt. Die kan ik nu overbruggen met een kunstwerkuitkering. Zo kan ik ook bouwen aan financiële zekerheid in een onzekere sector.’

Maar er zijn ook sectoren waar de vergoedingen heel laag liggen. Anne* werkt als literair vertaalster ook met het plusattest. ‘Ik investeer veel tijd in mijn vak die niet vergoed wordt, maar cruciaal is voor mijn ontwikkeling als literair vertaler en voor het verkrijgen van opdrachten. Ik werk vaak zes dagen op zeven, in periodes vlak voor een deadline zelfs meestal zeven dagen op zeven, maar ik word maar voor een fractie van die tijd, doorgaans slecht, vergoed. Ik durf zelfs niet uit te rekenen hoeveel ik werkelijk per uur verdien. De kunstwerkuitkering biedt hier uitkomst.’

Voor Das is er nog een bijkomend voordeel: ‘De kunstwerkuitkering geeft je de kans om op onbetaalde of onderbetaalde artistieke projecten, zoals kortfilms of afstudeerwerk van studenten aan de toneel- of filmschool in te gaan’, legt ze uit. ‘Zonder de uitkering zouden de meeste acteurs sneller geneigd zijn om te kiezen voor projecten met een hoog loon in plaats van minder goed betaalde projecten waar je artistiek meer achter staat. Het beïnvloedt de keuze voor het soort werk dat je doet.’

325 euro per week

Vanaf dit jaar pakt Ierland de steun voor artiesten radicaal anders aan. Het ministerie van Cultuur zal namelijk 2000 artiesten gedurende drie jaar een basisinkomen van 325 euro per week bezorgen, zonder daar vragen bij te stellen. Alle mogelijke vervangingsinkomens vervallen daarbij, maar het inkomen uit artistiek werk blijft behouden.

Een artiest moet kunnen aantonen dat hij wel degelijk artiest is, moet zich kandidaat stellen en wordt dan al dan niet uitgeloot. Zit hij dit jaar niet bij de loting, kan hij binnen drie jaar een nieuwe aanvraag indienen. De artiesten die wel uitgeloot worden, kunnen dan niet meer deelnemen. Dat kan na drie jaar wel weer.

Het idee kwam tijdens de pandemie uit de koker van toenmalig minister van Cultuur Catherine Martin van de Green Party. Martin, zelf een opgeleide zangeres en busker, zag de zalen, theaters en musea sluiten en gaf een taskforce de opdracht om uit te zoeken hoe de regering de noodlijdende artiesten kon helpen overleven.

De belangrijkste aanbeveling bleek een basisinkomen te zijn. ‘Je zorgen maken over hoe je brood op de plank moet krijgen, heeft een behoorlijke impact op de creativiteit’, zei Martin tegen de New York Times. ‘Dit gaat erover om hen de nodige ruimte te geven.’ Met een budget van 33,8 miljoen euro per jaar, ging er in 2022 een pilootproject van drie jaar van start.

Het Ierse departement Cultuur liet het hele project grondig opvolgen en evalueren door het Londense onderzoeksbureau Alma Economics. De resultaten van die studie waren in die mate positief dat de huidige minister van Cultuur, Patrick O’Donovan van het christendemocratische Fine Gael, besloot om het Basic Income for Artists (BIA) in wet te gieten.

Talloze positieve voordelen

Een van de meest in het oog springende resultaten van de studie is dat voor elke euro die de Ierse overheid in het project gestoken heeft, er 1,39 euro terug naar de maatschappij is gevloeid. Daarnaast bedroeg de fiscale opbrengst 37 procent van de kosten. Dat heeft te maken met grotere kunst gerelateerde uitgaven, productiviteitswinst, hogere belastinginkomsten en een verminderde afhankelijkheid van andere sociale uitkeringen.

Ierse artiesten hebben volgens de studie in vergelijking tot collega’s in de EU, meer te maken met lage lonen, gebrek aan zekerheid en een stabiel inkomen, lange en vaak niet betaalde uren, en een disproportioneel hoog aantal zelfstandigen. Veel artiesten verwelkomen het BIA dan ook met open armen, al is het project niet zaligmakend. Het blijft beperkt tot 2000 kunstenaars en 325 euro per week is nu ook weer niet zo veel, want het leven is duur in Ierland en er heerst een wooncrisis. De huurprijzen in Dublin zijn sinds 2013 verdubbeld, wat maakt dat veel jonge mensen nog steeds thuis wonen.

‘De invoering van het BIA onderstreept het uitgangspunt dat overheidsinvesteringen in de kunsten talloze positieve voordelen heeft’
Peter Power (NCFA)

Maar dat kan het enthousiasme van de Ierse minister van Cultuur niet temperen. In een officiële verklaring zegt Patrick O’Donovan dat het pilootproject, gezien de inkomensonzekerheid in de sector, de positieve impact op zij die er gebruik van maken consistent heeft aangetoond. O’Donovan is ervan overtuigd dat de komende jaren zullen uitwijzen dat artiesten een bloeiende carrière zullen kunnen uitbouwen en hun talenten in de kunstensector verder zullen kunnen ontwikkelen.

Peter Power, lid van de stuurgroep van de NCFA (National Campaign for the Arts), voegde daar nog aan toe: ‘De invoering van het BIA onderstreept het uitgangspunt dat overheidsinvesteringen in de kunsten talloze positieve voordelen heeft voor de samenleving. Dat gaat van economie, gezondheid, mentaal welzijn, onderwijs, sociale cohesie, diversiteit en inclusie tot creativiteit, kritisch denken, innovatie en ondernemerschap.’

Gemoedsrust

Johan Van Assche is een grote voorstander van het basisinkomen, maar alleen als iedereen het krijgt. Hij vindt niet dat artiesten recht hebben op zo’n privilege enkel en alleen omdat ze “kunst” maken. ‘Kunst tussen twee aanhalingstekens is in deze context niet meer dan een manier om een beroepscategorie aan te duiden. Een artiest is iemand die schildert, schrijft, danst of acteert. Maar dat zegt niets over de waarde van zijn werk. De beroepscategorie “kunstenaar” is geen reden voor een uitzonderingspositie wanneer het over een basisinkomen gaat.’

Dirk* is een vijftiger met een stevige reputatie in het blues circuit. Een nichemarkt in de muziek. Hij treedt veel op, maakt al jaren gebruik van een statuut en kreeg eind vorig jaar zonder probleem een plusattest. Hij is daar blij mee. Zij het niet onverdeeld. ‘Ik ben een werkzoekende’, zucht hij.

‘Geen enkele instantie – niet de VDAB, niet de RVA – beziet me als een muzikant. Ik word beschouwd als volledig werkloos. Dat is denigrerend.’ Dirk weet dat hij niet moet ingaan op uitnodigingen van de VDAB, al komen die nog altijd binnen. ‘Als er weer iemand nieuw werkt die mijn situatie niet kent.’ Hij kan erom lachen, is tevreden met zijn statuut, maar onderhuids zeurt het onbehagen dat hij niet erkend wordt als artiest.

‘Mensen met een “normale baan” snappen inderdaad niet dat je in veel gevallen niet zomaar een vaste, al was het maar deeltijdse, job ernaast kunt aannemen’, vult Anne aan. ‘Soms krijg je een voltijdse opdracht als freelancer, zoals een boekvertaling. Dan kun je niet zomaar even je job on hold zetten. Het kunstwerkattest zorgt voor gemoedsrust en een inkomen voor de tijd die ik – en zoveel andere kunstenaars – zonder vergoeding in zelfontwikkeling en de praktijk steken.’

‘Anderzijds zit je als schrijver of vertaler redelijk vast in een bepaald statuut om de kunstwerkuitkering te verkrijgen én te behouden’, gaat Anne verder. ‘In de omgang met uitgeverijen is het lastig dat ik door mijn statuut als werknemer niet zomaar een factuur kan sturen zoals een zelfstandige. Het is administratief omslachtig en je moet altijd een heleboel uitleggen, want uitgevers zijn niet gewend om met een SBK (Sociaal Bureau voor Kunstenaars, red.) te werken. Ik werk ook vooral voor Nederlandse uitgeverijen en daar kennen ze dat al zeker niet.’

Administratief doolhof

Het gewone attest, zonder uitkering, bewijst dat je een artiest bent. Dat lijkt zinloos, maar de oorspronkelijke bedoeling was om het attest voor meer dan alleen de werkloosheidsuitkering te gebruiken. Om af te bakenen wie er artiest is en dan regelingen voor die groep te ontwikkelen, zoals pensioen, eventuele verzekeringen en auteursrechtenregelgeving. Behalve over dat laatste blijft het van overheidswege stil.

‘Op auteursrechten gold een forfaitaire aftrek voor beroepskosten van 50 procent. Dat wil zeggen dat de helft niet belastbaar was. Dankzij de IT’ers, die vaak voor grote bedrijven met jaarcontracten werkten en zo het systeem kapot gemaakt hebben, is die aftrek afgeschaft. Behalve voor mensen met een kunstwerkattest’, legt Van Assche uit.

Dan moet je het attest natuurlijk wel aanvragen en dat lijkt toch een gedoe voor een artiest. ‘Ik hoor wel dat veel kunstenaars moeite hebben met de website en worstelen met de puur praktische, administratieve kant’, zegt Anne. ‘En dat is een oud zeer. Het is op zich een prachtige regeling, maar het administratieve doolhof van de overheid is vaak zeer ontmoedigend voor mensen die van nature uit niet al te goed zijn met paperassen.’

‘Het is een vervelend werkje, maar niet moeilijk’, nuanceert Britt Das. ‘Voor een startersattest, dat ik dus niet heb, moet je een gedetailleerd financieel- en ondernemingsplan indienen. Dit lijkt mij fair. Maar als het onvolledig is, of niet uitgebreid genoeg, moet je het aanpassen waardoor de wachtperiode weer verlengd wordt. Ik kan me inbeelden dat dit frustrerend kan zijn.’

Boemerang

Het experiment met een basisinkomen is in Ierland in een wet gegoten. Maar het is niet perfect, niet voor iedereen weggelegd en het zal nog tijd nodig hebben om zich volledig te ontwikkelen. Het kunstwerkattest in België is ook niet perfect, maar als voorzitter van de Acteursgilde met achthonderd leden kan Johan Van Assche niet anders dan tevreden zijn.

Al waarschuwt hij ook: ‘De regeling is te gemakkelijk en zal als een boemerang in ons gezicht terugkomen. Mensen moeten veel te weinig werken en het systeem zal geëvalueerd worden. Je zag het ook bij de pensioenhervorming waar er sprake was van zware sancties voor artiesten. Die zijn gelukkig afgewend, maar met alle besparingen die ons boven het hoofd hangen, kan ik me niet voorstellen dat deze regeling zal blijven wat ze is.’

‘Het is inderdaad allemaal gemakkelijker geworden’, beaamt Dirk. ‘Ik heb vorig jaar meer gewerkt dan wettelijk vereist is. Ik vind het allemaal goed. Ik heb een basis waarmee ik voortkan, maar als de heren en dames politici van dit land morgen beslissen om dat systeem af te schaffen, dan zijn wij goed gesjareld.’*

*Dirk en Anne zijn fictieve namen. Hun identiteit is bekend bij de redactie.

speciale editie artistieke vrijheid

MO*special: Artistieke vrijheid en democratie

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in