Rosan Smits: ‘De huidige journalistieke normen zijn ontstaan in een functionerende democratie’

© Foto: Frank Ruiter / Ontwerp: MO*

© Foto: Frank Ruiter / Ontwerp: MO*
Er heeft een verschuiving plaatsgevonden naar een voorzichtige journalistiek met ruimte voor alle soorten meningen. Zo wordt ophef het onderwerp en niet het onderliggende, complexe verhaal. Dat zegt de Nederlandse journaliste Rosan Smits. Zij pleit ervoor om als journalisten collectief na te denken over een manier om om te gaan met actoren die de democratie ondermijnen.
Naar aanleiding van een grote bezorgdheid over het lot van de journalistiek en van journalisten wereldwijd, én over het voortbestaan van de democratie, schreef Rosan Smits een essay op het Nederlandse nieuwsplatform De Correspondent. Eerder schreef Smits trouwens al het boek Dit is fascisme, waarin ze helder uitlegt hoe die ideologie opnieuw ingang heeft gevonden en dat we dat ook zo moeten benoemen (en bestrijden). Want, zo vindt Smits, dat gebeurt niet meer in de journalistiek. De titel van het essay luidt dan ook niet voor niets: Journalist, kom in verzet. Zo versla je extremisme.
Smits begint haar artikel met een verwijzing naar een interview dat de hoofdredacteur van The Economist, Zanny Minton Beddoes, had met übertechbronazi Elon Musk. Het viel Rosan Smits op dat Beddoes een oerdegelijk interview afnam, dat volledig beantwoordde aan alle journalistieke en deontologische regeltjes. Beddoes was ‘onbevreesd en gewapend met keiharde feiten’. En toch was Musk volgens zijn achterban “de overwinnaar” van het gesprek.
Rosan Smits (1982) schrijft over macht en tegenmacht in tijden van opkomend fascisme en autoritair leiderschap voor De Correspondent. Tot augustus 2026 was ze bijna tien jaar adjunct-hoofdredacteur van het journalistieke platform. Daarvoor deed ze in dienst van hulporganisaties en denktanks onderzoek naar burgeroorlogen, vluchtelingenstromen en migratie. Voordat ze bij De Correspondent kwam, leidde ze de Conflict Research Unit van Instituut Clingendael.
‘De spelregels van de journalistiek zijn bedacht voor een functionerende liberale democratie. Maar Musk speelt een ander spel. Zijn werkelijkheid is gebaseerd op leugens en wordt bekrachtigd door de likes op X. De ratio staat buitenspel’, schrijft u. Hoe is het in godsnaam zo ver kunnen komen? Zijn we met zijn allen dan zo blind geweest of dachten we dat het niet zo’n vaart zou lopen?
Rosan Smits: ‘In dat interview stonden de feiten buitenspel. En dat is al heel lang sluipenderwijs gaande. Maar we staan niet compleet buitenspel. Wat het zo ingewikkeld maakt, is dat we aan de ene kant met z’n allen leven in een democratie zoals we die gewend zijn. Misschien gaat het iets minder soepel, maar dat is nog steeds het dominante beeld. En dat gaat ook op voor de meerderheid van de politici.’
‘Aan de andere kant heb je een kleine groep machthebbers – Musk is natuurlijk geen politicus, maar heel zeker een machthebber – die de democratie van binnenuit ondermijnt door gebruik te maken van de spelregels van de democratie. En dat doen zulke mensen op verschillende niveaus: in de politiek en door gebruik te maken van de informele wetten van de pers. Daarbij laten ze enerzijds zien dat feiten er niet meer toe doen in hun wereld en anderzijds verspreiden ze hun extremisme door de journalistieke aandacht te kapen.’
Botsende meningen
U verwijst in uw artikel naar Amanda Ripley, die schrijft: ‘We have escalated the conflict and snuffed the complexity out of the conversation.’ Piet Piryns had het jaren geleden al over de verkleutering van de journalistiek. U schrijft dan weer dat de journalistiek een pijnlijke rol heeft in het groot maken van antidemocratische krachten. Is het die verkleutering en het weglaten van complexiteit in verhalen die het mogelijk maken dat die machthebbers de spelregels kunnen veranderen?
Rosan Smits: ‘Het zou goed zijn, mocht ik daar nu een simpele verklaring voor hebben, terwijl het natuurlijk net over die complexiteit gaat. In mijn essay wijs ik op meerdere factoren. Aan de ene kant is er de commercialisering van de journalistiek, waarbij het publieke belang steeds minder vooropstaat en in plaats daarvan succes wordt afgemeten aan clicks en jaarcijfers. En ophef verkoopt nu eenmaal heel goed. De mens is volgens mij bedraad om goed te gaan op roddel en achterklap.’
‘Een andere reden is dat we, met name in de Noord-Europese journalistiek, de afgelopen 25 jaar steeds meer zijn opgeschoven naar een journalistiek model waarin we onszelf zien als een soort facilitator van de marktplaats van ideeën. Een publiek debat met mensen met allemaal ideeën, waarbij je twee standpunten tegenover elkaar zet. Die geef je beide een podium en dan is het aan het publiek om daar een oordeel over te vellen.’
‘In Nederland is dat heel erg in een stroomversnelling gekomen na de moord op Pim Fortuyn (2002, red.). De journalistiek werd toen aangewezen als medeplichtige, omdat ze hem destijds keihard aanpakte om zijn racisme en zijn ongrondwettelijke uitspraken. Er werd vervolgens gezegd: “Kijk, jullie hebben hem gedemoniseerd, nu is hij dood.”’
‘Maar als het uitgangspunt van de journalist dan is om een podium te bieden aan tegengestelde meningen, dan wordt ophef het onderwerp en niet het onderliggende complexe verhaal.’
‘Inmiddels is de pers eraan gewend om te opereren vanuit dat idee van botsende meningen. Dat is waar wij onze schijnwerper op richten. En volgens mij is dat in sommige gevallen ook een heel goed idee. Ik zeg niet dat we dat nooit moeten doen, maar als je het tot norm verklaart en je hebt te maken met één partij die radicaliseert – of dat nu een Musk is, een extreemrechtse politicus of een racistische hoogleraar – dan moet hij ook als zodanig benaderd worden en niet meer als een valide gesprekspartner binnen een democratische marktplaats van ideeën.’
Legde de journalistiek de verantwoordelijkheid voor de moord op Pim Fortuyn dan bij zichzelf? Want het gevolg was dat ze niet meer zo diep ging graven in het extreemrechtse gedachtegoed.
Rosan Smits: ‘Nee, dat deed ze niet, het werd haar door de achterban van Pim Fortuyn aangerekend. Maar het resultaat was in ieder geval dat de journalistiek bij zichzelf te rade ging en zich afvroeg of ze misschien onevenwichtig, dan wel partijdig zou zijn. Want dat is binnen de journalistiek een doodzonde.’
‘Dat werd nog aangezwengeld door de Brexit, de verkiezing van Trump en de doorbraak van Geert Wilders in Nederland. Dat hadden de journalisten onvoldoende zien aankomen. En opnieuw hadden ze het idee van gekleurd te zijn en geen voelsprieten te hebben bij de boze burger. Zo kreeg je in Nederland een verschuiving naar steeds meer voorzichtige journalistiek die ervoor zorgt dat er van alle soorten meningen aan tafel zitten, zelfs als zo de democratische rechtsstaat tot “standpunt” wordt gemaakt.’
Normaliserend effect
Die verschuiving is hier in Vlaanderen ook deels gebeurd. Maar net na Zwarte Zondag in 1991 werd er wel besloten om het toenmalige Vlaams Blok niet als een gewone partij te beschouwen. Er waren VRT-journalisten die bovendien niet live in gesprek wilden gaan met Vlaams Blok-mandatarissen, iets wat vandaag ondenkbaar is geworden. In uw boek Dit is fascisme schrijft u ook dat je een livegesprek met extreemrechts moet vermijden. Wat is voor u de reden om dat niet te doen?
Rosan Smits: ‘Extreemrechts gebruikt de livemicrofoon voor twee dingen. Ten eerste om te laten zien dat in hun wereld verifieerbare feiten er niet toe doen, het minachten van de feiten. Hun wil en waarheid zijn daar wet.’
‘Ten tweede gebruiken ze die microfoon voor het effect van de amplificatie. Er is heel wat studiewerk gedaan naar dat soort interviews. Daaruit blijkt dat, zelfs al stelt de interviewer kritische vragen, het publiek denkt dat het extreemrechtse gedachtegoed wijder verbreid is dan ze misschien dachten. Bovendien blijkt dat een deel van het publiek er zich meer toe aangetrokken voelt, of het prima vindt om er wat meer uitgesproken over te zijn. Dat soort interviews heeft dus een ontzettend normaliserend effect.’
‘Ik roep niet op om die mensen niet te interviewen – het is belangrijk om hun standpunten te kennen. Maar nu we weten welke onbedoelde rol de pers heeft in hun strategie, vind ik dat we terughoudend moeten zijn om dit vervolgens ook als interview te publiceren. Het is aan de journalist om die informatie te wegen en in het breder kader van een aanval op de democratische rechtsstaat te plaatsen.’
U verwijst in uw stuk naar studies van Léonie de Jonge, de Nederlandse experte wat betreft extreemrechts en media. Journalisten van NRC reageerden daar nogal meewarig op en concludeerden dat De Jonge extreemrechts wil doodzwijgen. Terwijl ze eigenlijk meent dat we er met een andere manier mee moeten omgaan. Is dat ook niet wat u bedoelt?
Rosan Smits: ‘Dat is precies wat ik bedoel. Die NRC-journalisten zijn heel goede journalisten. Tom-Jan Meeus heeft ontzettend goede artikelen geschreven over extreemrechts in Nederland, maar in zijn reactie op De Jonge verdedigde hij toch de status quo. Je moet, denk ik, als vakgenoten strategisch met elkaar nadenken over een soort van journalistieke code voor de omgang met actoren die die de democratische rechtsstaat ondermijnen. Want dat zijn actoren die die de wetten van de pers tegen de pers keren.’
Gedragsverandering
U had het al over de commercialisering van de media. Een paar bedrijven hebben heel veel gevestigde media in hun portefeuille zitten, wat leidt tot mediaconcentratie. Dat geeft die bedrijven, en niet de journalisten, heel veel macht. Gaan die bedrijven zo’n nieuwe code wel aanvaarden voor hun journalistieke projecten?
Rosan Smits: ‘Mediaconcentratie is een groot probleem. Voor zover ik kan zien, bedreigt het de onafhankelijkheid van journalistieke redacties in Nederland nu nog niet. Dat is wel het geval in de VS. Kijk maar wat er gaande is met de fusie van Paramount en Warner Bros., bijvoorbeeld. Of de invloed die Amazon-baas Jeff Bezos uitoefent op de opiniepaginas van de Washington Post. Dus ik denk dat het in Nederland nog wel kan, zo’n code, zelfs bij een aantal grote kranten.’
‘Maar ik zou zeggen: begin gewoon met diegenen die niet met de handen gebonden zijn en laat het zien, zelfs als mensen geen code willen ondertekenen. Het gaat uiteindelijk om een gedragsverandering.’
Wat moet er dan precies in die code staan, want er bestaat natuurlijk al een deontologische code voor de journalistiek?
Rosan Smits: ‘Die bestaande code biedt natuurlijk heel veel aanknopingspunten. Want daarin staat dat de eerste plicht van de journalist is om de waarheid te zoeken vanuit de verantwoordelijkheid voor het publiek. (het eerste punt van de Code van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten luidt: “Een journalist zoekt de waarheid op basis van feiten.” Het eerste punt in de Belgische Code van de Raad voor de Journalistiek luidt: “De journalist bericht waarheidsgetrouw. Dit vloeit voort uit het recht van het publiek om de waarheid te kennen.”, red.)’
‘Als je uitgangspunt dus is om in het belang van het publiek te handelen en zo dicht mogelijk bij de waarheid wil komen, kun je, zolang je dat fundamentele principe voorop blijft stellen, je aanpak prima veranderen. Sterker nog, dan móét je je aanpak aanpassen.’
‘Tegelijkertijd zien we dat in de praktijk veel journalisten onvoldoende handvatten hebben om de bestaande journalistieke normen te bevragen, omdat die zijn ontstaan binnen een functionerende democratie. We zijn eigenlijk onze aanpak gaan verwarren met deze grondbeginselen uit de code, met als ironisch gevolg dat we door onze omgang met extreemrechtse machthebbers hen net helpen om hun leugens de wereld in te slingeren. En dat is zeker niet in het publieke belang. Daarom zou ik suggereren om bijvoorbeeld een addendum aan de code toe te voegen. Maar goed, ik heb zelf nog niks op papier staan hoor. Ik denk dat het iets is waar nog heel veel discussie voor is vereist, maar dat we er wel naartoe moeten werken.’

© Frank Ruiter
Summum van politieke journalistiek
Goed, stel dat we een addendum toevoegen aan de code, maar wat als – en die zijn er – politici niet met journalisten willen spreken en zij dus geen wederhoor kunnen halen?
Rosan Smits: ‘Als een politicus weigert te reageren, kun je nog altijd publiceren met die opmerking erbij. Maar wat ik interessant vind, is dat als je een politicus confronteert met leugens of corruptie, of wat dan ook, dat gevolgen heeft. Dan moet een politicus zich verantwoorden, in sommige gevallen aftreden. Kijk naar Watergate, dat was het summum van functionerende politieke journalistiek in een functionerende democratie.’
‘Silicon Valley heeft een enorme controle over welke berichten hoog in het algoritme komen, en welke er worden gecensureerd. Dat maakt ons ontzettend kwetsbaar.’
‘Het punt is dat het type van hedendaagse machthebbers daar geen gevolg aan geeft. Je kunt ze niet ter verantwoording roepen met je werk, want dat is hun strategie. Het is opnieuw dat etaleren van minachting voor de feiten en voor de waarheid. Het feit dat iemand als Pete Hegseth (de Amerikaanse minister van Defensie, red.) wegkomt met Signalgate (waarin Hegseth in een groepschat, waaraan Jeffrey Goldberg de hoofdredacteur van The Atlantic deelnam, een geheime militaire operatie tegen de Houthi’s in Jemen plande, red.), versterkt zijn machtspositie.’
‘Dan heb je als journalist fantastisch werk geleverd – en begrijp me niet verkeerd, we moeten dat blijven doen – maar dan zie je dat Hegseth, en eigenlijk heel de regering-Trump, die onthulling omdraait en er sterker uitkomt. Dat vind ik een heel interessante dynamiek, waarover wij als journalisten dan weer moeten over schrijven.’
Hoe ziet u de rol van de sociale media met betrekking tot de journalistiek en de gevestigde media?
Rosan Smits: ‘Voor het eerst in de geschiedenis bereiken media hun publiek meer via sociale media, dan direct via hun eigen kanalen. Veel media zijn voor hun eigen abonnees helemaal afhankelijk geworden van platformen uit Silicon Valley. Dat betekent dat Silicon Valley een enorme controle heeft over welke berichten hoog in het algoritme komen, en welke er worden gecensureerd. Dat maakt ons ontzettend kwetsbaar.’
Menselijkheid in de journalistiek
De Nederlandse journaliste Fréderike Geerdink stelt dat een journalist een activist is.
Rosan Smits: ‘Je ontkomt niet aan activisme als jouw vakgebied tot vijand wordt verklaard. Ik pleit ervoor dat journalisten zichzelf veel meer gaan zien als politieke actor in de wereldwijde aanval op de democratie. Ik heb zelf als onderzoeker veel in autoritaire regimes gewerkt, samen met mensen die eigenlijk journalistiek werk doen, maar vanwege het werk dat ze doen omschreven worden als mensenrechtenactivisten, of erger, in de ogen van het regime, als terroristen.’
‘Dat komt niet omdat ze zelf zo graag activist willen zijn, maar omdat ze opkomen voor basisbeginselen als mensenrechten en democratische waarden. Dat zijn zaken die wij als journalisten, handelend in het publieke belang, verplicht zijn om te doen. Maar door dat veranderende speelveld komen zij in de vuurlinie te staan van die aanval op de waarheid.’
‘Dat maakt ons per definitie een actor in dit politieke steekspel. En ik denk dat we dat moeten gaan zien, en moeten durven te omarmen. Dat is geen partijpolitiek standpunt, maar een pro-democratisch standpunt. Dat is mijn oproep.’
‘In de VS zie je nu een heel grote solidariteit met de media die de toegang tot het Witte Huis worden ontzegd (wat een rechter inmiddels gedeeltelijk heeft teruggedraaid, maar er loopt nog een rechtszaak ten gronde red.). Het is een activistische opstelling van de pers tegen een president die hen op alle mogelijke manier monddood probeert te maken. Die hele zichtbare vorm van solidariteit is wat we hier in België en Nederland ook nodig hebben. Als een journalist wordt aangevallen, ga je daar als collectief achter staan, en zie je het niet als een aanval op een persoon, maar op een heel vakgebied.’
Hoe ziet u dat dan concreet? Moeten we een grote journalistenconferentie organiseren?
Rosan Smits: ‘Dat zou een mooi begin zijn, ja (lacht). Maar ik denk dat veel journalisten op veel verschillende plekken hartstikke goed zien wat hier gaande is en experimenteren met wat werkt en met wat niet werkt. Het is belangrijk om te erkennen dat we hier in West-Europa een nieuw probleem hebben. En dat we ons moeten afvragen welke aanpak we daarvoor moeten hanteren.’
Hier in Vlaanderen is de politiek de onafhankelijke journalistiek niet echt genegen. Wat ziet u als een goed ecosysteem voor onafhankelijke media?
Rosan Smits: ‘Om te beginnen denk ik dat het belangrijk is dat journalistiek weer als een soort goede zaak wordt gezien en niet alleen als een van de vele informatiediensten. Met de online ontwikkeling is een journalist steeds minder nodig om informatie te vergaren. Maar een journalist heeft wel een publieke gidsfunctie door die brei van informatie en desinformatie.’
‘Een van de manieren om die functie te vervullen, is om op te staan tegen mensen die de democratie aanvallen. Want lezers, luisteraars en kijkers zien echt wel dat dit gaande is én dat de journalistiek er niet echt een antwoord op heeft. Als wij echt weer voor iets staan, denk ik dat mensen ervoor willen betalen.’
‘Wat ik ten slotte heel belangrijk vind voor de toekomst, is de menselijkheid in het journalistieke werk voorop plaatsen. In een tijd waarin AI heel veel informatievoorziening aan het overnemen is, moeten wij net de nadruk leggen op het feit dat er mensen achter zitten met waarden en vaardigheden. En dat we werken met verifieerbare feiten in plaats van met hallucinerende chatbots.’

Dit is fascisme, door Rosan Smits, wordt uitgegeven door De Correspondent, 2025. 209 blz. ISBN 978 94 932 5470 1
Lees ook:
Word proMO*
MO* heeft geen betaalmuur en is er voor iederéén. Dat kan alleen dankzij de steun van proMO*s, want diepgravende journalistiek kost tijd en geld.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in



