Kom op zaterdag 23 mei naar Les MO*ts de Gand
“‘Belgische Holocaustoverlevende en Palestijnse journalist samen op het podium’

van links naar rechts: Simon Gronowski, Abdelrahman Alserr, een Turkse vluchteling, MO*journalist Pieter Stockmans

van links naar rechts: Simon Gronowski, Abdelrahman Alserr, een Turkse vluchteling, MO*journalist Pieter Stockmans
Simon Gronowski en Abdelrahman Alserr verkennen de cirkel van daderschap en slachtofferschap, de kracht van verzoening tussen joden en Palestijnen, solidariteit met vluchtelingen, en de ‘rechtvaardigen onder de volkeren’ als moreel kompas. Wat kunnen we leren van de mechanismen van ontmenselijking die genocides mogelijk maken? En vooral: hoe kunnen we ze vandaag herkennen en tegengaan?
Een paar maanden geleden mocht ik in een theaterzaal vol middelbare scholieren een panelgesprek van Stad Tienen leiden met Simon Gronowski, een van de laatste Belgische Holocaustoverlevenden, en Abdelrahman Alserr, een Palestijnse vluchteling uit Gaza.
Simon Gronowski (94) is een van de laatste ooggetuigen van de Holocaust en van de ontmenselijking die eraan voorafging. Begin 20ste eeuw vluchtte zijn vader voor het antisemitisme in Polen en kwam hij ‘illegaal’ naar België. De familie Gronowski leefde in Brussel tot de nazi’s hen daar in 1943 oppakten. De 11-jarige Gronowski kon uit een rijdende deportatietrein springen die van de Kazerne Dossin in Mechelen naar Auschwitz vertrok. Zijn moeder en zus werden wel vermoord in Auschwitz. Tot vandaag zet Gronowski zich onvermoeibaar in voor vrede, dialoog en herinnering.
Abdelrahman Alserr groeide op in een vluchtelingenkamp in Gaza. Hij schreef onder meer voor Al Jazeera Arabic en was betrokken bij We Are Not Numbers, een project dat jonge Palestijnen hun verhaal laat vertellen. Sinds 2021 woont hij in België, waar hij studeerde aan de VUB en een tijdje werkte voor MO*.
De interactie tussen Gronowski en Alserr was pure magie. Alleen al hen samen zien, was een krachtige boodschap voor de jongeren.
Op zaterdag 23 mei om 14:00 kan je tijdens Les MO*ts de Gand een gesprek bijwonen met Simon Gronowski en Abdelrahman Alserr. Het gesprek wordt gemodereerd door MO*journalist Pieter Stockmans. Er zijn nog plaatsen, maar schrijf je zeker in.
In naam van joodse slachtoffers zoals Simon Gronowski begon in 1948 in Palestina een nieuwe genocide. Slachtoffers werden daders, en maakten nieuwe slachtoffers. Gronowski heeft dat altijd afgewezen. Hij ging niet in Israël wonen, maar wijdde zijn leven wel aan échte veiligheid. Hij zette zich in voor de rechten van alle mensen, voor een rechtvaardige samenleving, in de overtuiging dat zo’n samenleving voor iedereen veiligheid biedt, inclusief voor joden.
Dat engagement vertaalde zich in een levenslange strijd tegen extreemrechts, dat hij 'de wieg van de haat' noemt, én tegen de Israëlische kolonisatie van Palestina.
Daarmee staat Gronowski op de lijn van Christophe Busch, die in 2020 opstapte als directeur van het museum Kazerne Dossin omdat de zionistische lobby in België meer controle wilde over de manier waarop de Holocaust herdacht wordt. Namelijk: als propaganda-instrument voor Israël.
Busch en Gronowski vinden daarentegen dat je, door het verleden te bestuderen en te herdenken, iets kan leren over het heden en kan waarschuwen voor de toekomst. Dat was ook de reden waarom Stad Tienen het panelgesprek organiseerde. Naar aanleiding van de Tiense fototentoonstelling ‘Spoorloos’ over het beruchte ‘twintigste transport’, moest het niet alleen gaan over het verleden, maar ook over vluchtelingen vandaag.
Dat er dan naast een joodse Holocaustoverlevende, die zich uitspreekt tegen de genocide in Gaza, een Palestijnse vluchteling zit, is een statement van formaat. Er gaat een verzoenende kracht van uit. Een kracht die op zichzelf verzet is tegen haat en ontmenselijking.
De leerlingen voelden dat Gronowski en Alserr sterker zijn dan diegenen die hun leven proberen te vernietigen. En dat je menselijkheid voorop moet plaatsen, wie ook de dader of het slachtoffer is.
Wat de nazi’s hebben gedaan tegen de joden, kan overal en altijd gebeuren tegen andere groepen. Maar dat is vaak een taboe, omdat je zo wel eens tot het inzicht zou kunnen komen dat Israël iets vergelijkbaars doet tegen de Palestijnen.
Dit is het letterlijke statement dat Gronowski voor de zaal vol Tiense jongeren over Gaza uitsprak in het Frans. Hij stond erop dat ik het woord voor woord zou vertalen voor de jongeren:
‘Toen ik jong was, geloofde ik in God. Ik bad tot God dat hij mijn moeder en zus zou terugbrengen. Maar dat gebeurde niet. Ik ben er atheïst door geworden. Ik ben dus eigenlijk geen jood meer, ik ben niet meer gelovig. Ik ben Joods van oorsprong, maar ik heb mijn oorsprong nooit verloochend. Begin 20ste eeuw vluchtte mijn vader voor het gewelddadige antisemitisme in Polen, en hij kwam ‘illegaal’ naar België. Ik ben de zoon van een sans-papiers. Dat is mijn oorsprong. Daarom ben ik heel mijn leven solidair geweest met vluchtelingen.'
'En daarom ben ik zo diep geraakt door wat Israël de Palestijnen aandoet. Dat is niet op 7 oktober 2023 begonnen. Dat duurt al bijna 100 jaar. Er was geweld langs twee kanten. Er leven nu twee volkeren in dat land. Ik houd van de twee volkeren. Ik ben niet voor ‘de Israëli’s’ of ‘de Palestijnen’, ik ben voor alle slachtoffers. En ik vind dat elk leven gelijkwaardig is. Het leven van één Palestijns kind is evenveel waard als het leven van één Israëlisch kind. En ik aanvaard de bombardementen op Gaza niet. Op een dag zal er vrede zijn. Zullen er twee landen zijn? Drie landen? Tien landen? Het maakt niet uit. Het enige dat telt, is dat iedereen er gelijke rechten heeft. Zo’n systeem heeft een naam: democratie.’

Vandaag is Gronowski 94, maar hij bruist van levensvreugde en energie, alsof hij altijd de 11-jarige jongen is gebleven die in 1943 voor de tweede keer geboren werd.
In dat jaar zat hij in een beestenwagon die van de Kazerne Dossin in Mechelen naar Auschwitz vertrok. 1631 joden, op weg naar de gaskamers.
Simon zat in die wagon met zijn moeder. Ze passeerden Tienen en Sint-Truiden, en in Borgloon ontstond chaos. Verzetsstrijders waren erin geslaagd de deuren te openen zodat mensen konden ontsnappen. Zijn moeder liet hem springen. Zijzelf slaagde er niet in te ontsnappen. Zij werd later vergast. En nog later ook Simons zus Ita.
De kleine Simon doolde alleen door de Limburgse velden en bossen, zonder te weten waar hij was. Hij wist niet eens of hij nog in België was. Een Belgische politieagent vond hem en besloot hem niet uit te leveren aan de Duitsers.
‘Een held’, noemde Gronowski hem. Een rechtvaardige onder de volkeren.
Ooit werd Simon gered door rechtvaardigen onder de volkeren, later werd hij zélf een rechtvaardige onder de volkeren door zijn solidariteit met de Palestijnen te betuigen. Israëli’s die Palestijnen beschermen, dat zijn rechtvaardigen onder de volkeren. Europeanen die aan de grenzen van Fort Europa door grenswachters opgejaagde vluchtelingen beschermen, dat zijn rechtvaardigen onder de volkeren. Eender wie solidariteit toont met vervolgden wanneer ze beschimpt en ontmenselijkt worden, is een rechtvaardige onder de volkeren.
Het panelgesprek had een duidelijke ambitie: zoveel mogelijk van de aanwezige jongeren tot ‘rechtvaardigen onder de volkeren’ maken.
Gronowski sprak met vuur. Hij schrok er zelfs niet voor terug om een Vlaamse politieke partij bij naam te noemen, voor een zaal vol 16-jarigen. De mechanismen van haat en ontmenselijking, stigmatisering, zondebokpolitiek, propaganda en desinformatie, leven vandaag onverminderd voort.

De vragen van de jongeren achteraf waren ontwapenend. Aan Abdelrahman vroeg een leerling, zelf afkomstig uit Gaza, hoe hij het volhoudt om een genocide vanop afstand te volgen.
Abdelrahmans antwoord: 'Het is raar, maar soms is het nog moeilijker om hier alleen te zijn in België, zonder familie, om elke dag via WhatsApp te moeten vragen wie er nog leeft, dan toen ik in Gaza onder bombardementen leefde, maar wel dicht bij mijn familie.'
Een meisje vroeg aan Gronowski: 'Vindt u dat u een ongelukkig leven hebt gehad?' Met een brede glimlach antwoordde hij: 'Als u mij ziet en hoort spreken, ziet u dan een ongelukkige man? Weet je waarom ik gelukkig ben? Omdat mijn moeder mij twee keer heeft laten geboren worden. De eerste keer bij mijn geboorte. De tweede keer toen ze mij uit de wagon liet springen. Toen heeft ze mij mijn leven gegeven. En alles wat zij wilde, was dat ik gelukkig zou worden. Dat heb ik gedaan. Voor haar.'




