‘De hypocrisie van Googles “groene” datacentra’

Barbara Van Dyck en anderen

30 juni 2026
Opinie

‘De hypocrisie van Googles “groene” datacentra’

Luchtbeeld van een Google Datacenter in Iowa, Verenigde Staten

Google datacentrum in Iowa, VS. Google plant de bouw van een gelijkaardig complex in de buurt van Charleroi.

Luchtbeeld van een Google Datacenter in Iowa, Verenigde Staten

Google datacentrum in Iowa, VS. Google plant de bouw van een gelijkaardig complex in de buurt van Charleroi.

Afgelopen weekend voerden activisten van Code Rood nabij Charleroi actie tegen de plannen van Google om op de terreinen van Écopôle een nieuw datacentrum te bouwen. Google verkoopt het als ‘een groen banenproject’. Maar achter dat laagje vernis gaat volgens Barbara Van Dyck een ander verhaal schuil: over ecologische destructie en de macht van een handvol techreuzen over onze samenleving.

Activisten van Code Rood voerden afgelopen weekend actie nabij een site in de buurt van Charleroi waar Google nieuwe datacentra wil neerplanten. 

Google beweert dat het om een “groen” project gaat, dat ook nog eens broodnodige banen in Wallonië zal opleveren. Datacentra liggen echter wereldwijd onder vuur, zowel vanwege de ecologische destructie die ze aanrichten als vanwege de onrechtvaardige en autoritaire samenlevingen die ze helpen opbouwen en in stand houden.

Van recente discussies rond Elon Musk die door stijgende aandelenkoersen “trillionair” wordt, tot het gevaar dat het AI-systeem MythOS in handen valt van cybercriminelen, de politieke invloed van Peter Thiel van Palantir, en de groeiende invloed van algoritmen op de publieke opinie: al deze zaken richten onze aandacht op de buitensporige macht die Amerikaanse techreuzen, hun oprichters en de nieuwste generatie “techbros” uit Silicon Valley, hebben vergaard.

Wanneer we hele sectoren – van onderwijs tot gezondheidszorg, van overheidsbestuur tot landbouw – in de digitale infrastructuren van grote bedrijven integreren geven we onze democratische zeggenschap uit handen aan een kleine groep niet-verkozen, steenrijke individuen.

Gebrek aan transparantie

En laten we ook de materiële gevolgen van die mega-cloudbedrijven niet vergeten. Ondanks hun naam zweven ‘cloud’-bedrijven niet in de lucht. Ze nemen ruimte in beslag en hebben een grote impact op lokale gemeenschappen. Ze gebruiken publieke infrastructuur, zoals onderzeese kabels, en maken gebruik van energieverslindende datacenters die onze landbouwgronden in beslag nemen, ons water opslokken, en de vraag naar stroom steeds verder opdrijven. 

Nog maar enkele weken geleden publiceerde het Europese Milieuagentschap (EEA) een verklaring waarin technologiebedrijven werden opgeroepen om de ecologische impact van hun datacenters openbaar te maken. Investigate Europe meldde hoe Microsoft, Amazon, Google, Meta en andere digitale bedrijven bij de EU lobbyden voor een geheimhoudingsbepaling in de EU-wetgeving om cruciale informatie over het water- en elektriciteitsverbruik van datacenters niet publiek te maken. Wereldwijd hebben gemeenschappen hun bezorgdheid geuit over dit gebrek aan transparantie, evenals over de beperkte lokale voordelen van datacenters.

In Spanje klaagt het collectief Tu nube seca mi río (‘Jouw cloud droogt mijn rivier uit’) de valse beloften rond de bouw van datacenters aan. Het collectief wijst op misleidende claims over jobcreatie en op de ecologische destructie die zij aanrichten.

In Chili ontstond in 2020 grote controverse rond Google's geplande datacenter in Cerrillos. Juridische procedures werden aangespannen nadat bekend werd dat het centrum zo’n 7,6 miljoen liter drinkwater per dag zou gebruiken, terwijl de lokale bevolking regelmatig met droogte en waterbeperkingen wordt geconfronteerd.

De rechtbank verplichtte het bedrijf zijn ontwerp aan te passen om de druk op de watervoorraden te verminderen en in plaats daarvan te kiezen voor een luchtkoelingssysteem, dat dan weer als nadeel heeft dat het energie-intensiever is. Net als bij vele datacenterprojecten in de Verenigde Staten die op verzet stuitten, werden de bouwplannen tijdelijk opgeschort.

Ondanks het groeiende aantal alarmerende voorbeelden wereldwijd bereidt de Europese Unie zich voor op duizenden nieuwe datacentra. Meer transparantie en lokale inspraak zijn daarom essentiëler dan ooit.

Een groen vernisje

De protestacties van dit weekend tegen de plannen van Google om drie nieuwe hyperscale-datacenters langs de Basse-Sambre te bouwen, volgen op de activiteiten van het bedrijf in Saint-Ghislain, die ondanks twee decennia van publieke protesten voortdurend werden uitgebreid, met als gevolg dat daar nu de meest “waterverslindende” datacenterfaciliteit van Europa staat.

Voor het geplande datacentrum in de buurt van Charleroi kocht Google in 2021 52 hectare grond op het terrein van Écopôle. Gelegen bovenop een voormalige mijnsite profileert Écopôle zich als een duurzaam bedrijvenpark voor kleine en middelgrote ondernemingen. De ironie van de naam van de locatie waar het datacenter zal worden gevestigd spreekt voor zich.

Details over Google's energie-intensieve datacenter zijn niet publiek beschikbaar, waardoor we afhankelijk zijn van persberichten. Om deze nieuwe datacenters als “groen” te verkopen, wordt verwezen naar zonnepanelen, een luchtkoelingssysteem in plaats van één gebaseerd op water, de ter beschikking stelling van elektrische steps voor werknemers bij het nabijgelegen station en de aanplanting van lokale plantensoorten rond het centrum.

Dit zijn lachwekkende compensaties in vergelijking met het gigantische energieverbruik, de uitstoot, landinname en machtsconcentratie waarvoor Google verantwoordelijk is. Met de belofte van honderden nieuwe banen heeft de gemeente het project niettemin verwelkomd.

Ondanks Google's beloften waarschuwt de Waalse milieuorganisatie Canopea dat het project het openbare elektriciteitsnet nog verder zal belasten, wat dan weer de deur opent naar het bredere debat over de verlenging van de kerncentrales Doel 4 en Tihange 3.

Dat is niet vergezocht, aangezien Google, Amazon, Meta en Microsoft actief pleiten voor kernenergie: zowel voor het heropstarten van oude centrales, het uitbreiden van bestaande installatiesen voor een zware investering in nucleaire technologieën.

Het bos niet meer door de bomen zien

Google bouwt niet alleen datacenters. Het bouwt een toekomst die steeds meer van die datacenters afhankelijk wordt.

Het transportsysteem met elektrische steps dat Google voor zijn werknemers plant te voorzien is geen fait divers. Het laat zien hoe Google’s “groene” oplossingen passen in een strategie waarbij elke sector afhankelijk wordt gemaakt van de computerinfrastructuur van het bedrijf. Wie de steps wil gebruiken, kan dat alleen met een werkende smartphone. In één beweging verzamelt Google nuttige data over het transportgedrag van de werknemers van zijn bedrijf. 

En zo zijn er nog tal van voorbeelden. Denk aan het waterbesparingsproject dat Google voorstelt in Wallonië, waarbij het samenwerkt met boeren om AI te integreren in hun irrigatiepraktijken. Voor elk probleem dat de cloud-bedrijven mee veroorzaken, bieden ze ook een oplossing waar aan kan worden verdiend.

Tezelfdertijd worden leerlingen voor hun lessen steeds afhankelijker van AI, wordt er in onze gezondheidszorg steeds meer vertrouwen gesteld, in dezelfde technologieen die worden gebruikt voor surveillance en militaire operaties. 

De echte vragen blijven, zoals zo vaak, verborgen “in de cloud”: waarom heeft Google bijkomende datacenters nodig in België? Waarom wil Europa zijn computercapaciteit verdrievoudigen? Hoeveel van deze uitbreiding vereist dat schaarse publieke middelen worden ingezet voor elektriciteitsnetten, watersystemen en hernieuwbare energie ten voordele van deze bedrijven?

Door hun digitale infrastructuur uit te breiden zorgen de cloudgiganten ervoor dat de technische oplossingen die zij aanbieden voortdurend worden gereproduceerd en hun imperium blijft groeien, ongeacht of dit daadwerkelijk bijdraagt aan de verbetering of het goed functioneren van onze samenleving.

Het is deze georganiseerde hypocrisie waarover veel mensen zich zorgen maken en waarop lokale organisaties en klimaatactivisten onze aandacht vestigen.

Ondertekenaars:

  • Barbara Van Dyck en Danya Nadar, onderzoekers friction.st, Agroecology Lab, Université libre de Bruxelles

  • Miriyam Aouragh, Seda Gürses, Helen V Pritchard, Jara Rocha, Femke Snelting, The Institute for Technology in the Public Interest

  • Anneleen Kenis, Lecturer in Political Ecology and Environmental Justice, Brunel, University of London

  • Gert Van Hecken, Associate Professor, UAntwerp IOB

  • Guido Van Hecken, Honorary Chief of Cabinet and former Chair of Oxfam Belgium

  • Priscilla Claeys, Associate Professor, Coventry University 

  • Richard Toppo, Postdoc, UAntwerp IOB

  • Tomaso Ferrando, Associate Professor, UAntwerp Faculty of Law

  • Omar Jabary Salamanca, Associate Professor, Université libre de Bruxelles

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteurs en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.

Tags