Gitte Declercq & Siel Vanfleteren (Caritas Vlaanderen)
“‘‘Ook Rom- en Roma-kinderen verdienen een plek in de klas’’

© Caritas Vlaanderen

© Caritas Vlaanderen
Niet elk kind in Vlaanderen beleefde 1 september vanop de schoolbanken. Voor Roma en woonwagenbewoners is de dagelijkse realiteit vaak een zoektocht naar een braakliggend terrein voor hun caravan of een tijdelijk onderkomen in een geïmproviseerde woning. De overlevingsmodus waarin deze gezinnen leven, maakt een stabiele schoolloopbaan allesbehalve vanzelfsprekend. Terwijl de Europese Commissie benadrukt dat elk kind recht heeft op onderwijs, hinkt België achterop in een aanpak die onvoldoende rekening houdt met de specifieke noden van deze groepen. Een opiniebijdrage van Gitte Declercq en Siel Vanfleteren van Caritas Vlaanderen.
Uit een enquête van FRA (Fundamental Rights Agency) uit 2019 blijkt dat 40% van de Roma en 55% van de woonwagenbewoners in België moeite heeft om maandelijks rond te komen, tegenover 19% van de algemene bevolking. Armoede belemmert al decennialang hun toegang tot basisrechten zoals onderwijs en huisvesting. Voor gezinnen die noodgedwongen van verblijfplaats naar verblijfplaats trekken, betekent elke verhuis een nieuwe onderbreking van de schoolloopbaan: kinderen missen lessen, moeten opnieuw aansluiting vinden op school en lopen het risico op leerachterstand of zelfs schooluitval. Vanzelfsprekend heeft dat een impact op hun toekomstkansen.
Op papier ogen de cijfers op het eerste gezicht hoopgevend. Want volgens dezelfde FRA-enquête nam 95% van de Roma-kinderen (6–15 jaar) in 2019 deel aan onderwijs. Maar bij kinderen uit woonwagengezinnen was dat slechts 39%. Een belangrijke nuance hierbij is dat schooldeelname weinig zegt over continuïteit. Voor gezinnen die noodgedwongen voortdurend van standplaats veranderen, blijft het moeilijk om hun kinderen op school te houden. Die kinderen gaven het rondtrekken dan ook zelf aan als belangrijkste reden om niet naar school te gaan.
Bovendien beïnvloeden armoede en onderwijs elkaar wederzijds. Beperkte toegang tot onderwijs vergroot de kans op intergenerationele armoede, terwijl armoede het moeilijk maakt om een stabiele schoolloopbaan te volgen. Voor sommige gezinnen blijft het daardoor haast onmogelijk om de vicieuze armoedecirkel te doorbreken.
Naar school zonder vaste verblijfplaats
Als medewerkers van Caritas Vlaanderen zien we dagelijks hoe woononzekerheid de toegang tot onderwijs bemoeilijkt. Roma-gezinnen waarmee we werken, trekken van de ene tijdelijke verblijfplaats naar de andere. Ze zoeken onderdak in kraakpanden, auto’s, bij familie en vrienden of in geïmproviseerde kampementen.
Projecten zoals Postmobiel Wonen op de Lübecksite in Gent, een initiatief van Stad Gent, waarin het beheer door Caritas Vlaanderen werd opgenomen, boden een aantal Roma-gezinnen hoop en een (tijdelijke) oplossing voor hun precaire huisvestingsituatie. Naast huisvesting werd sterk ingezet op regelmatige schooldeelname en opvolging. Die begeleiding loopt vandaag verder in De Fontein Junior, waar kinderen op woensdagnamiddag op schoolse ondersteuning kunnen rekenen en aan ontspannende activiteiten deelnemen. Veel van deze kinderen blijven zo goed en zo kwaad als het gaat naar school gaan. Maar we kunnen niet genoeg benadrukken dat wanneer een gezin opnieuw zijn verblijfplaats verliest, de schoolloopbaan in het gedrang komt. Zoals een collega getuigde: ‘De kinderen waar we de ene week nog vlot rekenoefeningen mee oplosten, vinden we de andere week terug in kraakpanden.’
Huisonderwijs als noodoplossing
De huisvestingscrisis treft ook woonwagenbewoners harder dan ooit tevoren. In Vlaanderen is er een tekort van ongeveer 1.000 residentiële standplaatsen, en er zijn momenteel slechts twee operationele doortrekkersterreinen. Gezinnen zonder standplaats belanden op parkings of braakliggende terreinen, soms zonder elektriciteit of andere basisvoorzieningen. Sommigen verhuizen zelfs dagelijks. Dat leidt geregeld tot conflicten met lokale besturen of politie. Hun kinderen een volledig schooljaar op school houden, is op die manier nauwelijks haalbaar.
In België ontbreekt ook een structureel mobiel onderwijsaanbod dat afgestemd is op woonwagengezinnen. Scholen kunnen niet altijd zomaar een stoel bijschuiven midden in het schooljaar, en kinderen vinden niet vanzelf aansluiting bij een nieuwe klas en een ander leertraject.
Een moeder van een gezin dat geen standplaats vindt en nu gedwongen rondtrekt in een caravan getuigde: ‘Onze dochters gingen vroeger nog gewoon naar school. Door al dat rondtrekken, kon dat plots niet meer. De kleinste was de hele vakantie lang aan het huilen, omdat ze wist dat ze haar juf niet langer kon zien.’
Onderwijs is simpelweg niet toegankelijk voor deze kinderen – die voortdurend van woonplaats moeten veranderen – maar ze hebben er evenveel recht op als alle andere kinderen. Organisaties als Unia wijzen al jaren op dit structurele tekort aan standplaatsen voor het aantal gezinnen dat daar nood aan heeft.
Voor sommige gezinnen wordt huisonderwijs dan een noodoplossing, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Niet elk gezin beschikt over schoolmateriaal of de nodige pedagogische en didactische kennis om zelf voldoende kwalitatief huisonderwijs aan te bieden.
Daarom startte Caritas Hulpbetoon Vlaanderen in 2024 op eigen initiatief het pilootproject Family Following, waarbij vrijwilligers kinderen wekelijks de basis van taal en rekenen aanleren in hun caravan. Vanuit onze ervaringen met deze doelgroep weten we dat heel wat problemen te wijten zijn aan hun ongeletterdheid.
Met Family Following willen we het recht op onderwijs voor deze kinderen zo goed mogelijk helpen realiseren en zo bijdragen aan het doorbreken van de intergenerationele armoedecyclus, wat in principe een taak van de overheid is. We merken dat de kinderen die we helpen ook echt vooruitgang boeken, en dat het contact met vrijwilligers hun leefwereld vergroot.
Toch zijn de vrijwilligers na hun bezoek nooit zeker of ze de kinderen een week later opnieuw zullen zien. Om te voorkomen dat ze in sociaal isolement terechtkomen, is het cruciaal dat er beleidsmatig meer gebeurt dan de tijdelijke reddingsboei die we vandaag op eigen kracht proberen uit te werpen.
In Frankrijk bestaat nochtans een expliciet wettelijk kader voor woonwagenkinderen. Gespecialiseerde teams ondersteunen scholen bij opvang en opvolging, en de organisatie van doortrekkersterreinen is wettelijk georganiseerd. Onze Franse collega’s reageren steevast verbaasd wanneer we de Belgische situatie uitleggen: “Is onderwijs dan geen recht voor elk kind?”
Europese Kindgarantie: hefboom met gemiste kansen
Op Europees niveau is de aandacht voor de problemen waarmee Roma en woonwagenbewoners worden geconfronteerd de afgelopen jaren toegenomen. De Europese Kindgarantie (2021) wil lidstaten van de Europese Unie aansporen om essentiële basisdiensten zoals gratis toegang tot kwaliteitsvol onderwijs te garanderen, met bijzondere aandacht voor kinderen in kwetsbare situaties, waaronder Roma-kinderen. De Kindgarantie kan een belangrijke hefboom zijn om de toegang tot huisvesting en onderwijs te versterken en intergenerationele armoede te doorbreken.
België kiest in zijn Nationaal Actieplan (NAP) voor de Europese Kindgarantie 2022-2030 voor een brede doelgroepenbenadering van kinderen in armoede en sociale uitsluiting. Het NAP erkent het multidimensionale karakter van armoede en de sociale uitsluiting waarmee Roma worden geconfronteerd.
En toch stelde de Europese Commissie in 2026 vast dat België geen gegevens rapporteert over groepen die specifieke barrières ervaren. Daardoor blijven de unieke contexten van Roma en woonwagenbewoners grotendeels buiten beeld, wat gerichte beleidsoplossingen bemoeilijkt.
Woonwagenbewoners, waaronder rondtrekkende Rom, komen in het Belgische NAP zelfs niet voor als afzonderlijke doelgroep met unieke uitdadingen. Net voor de groep die met de meest uitgesproken structurele en onderling verbonden barrières kampt, dreigt zo een gebrek aan gerichte aandacht en oplossingen.
Van Europese oproep naar Belgisch doelgroepenbeleid
De Europese Kindgarantie biedt potentieel, maar alleen als België de specifieke drempels waarmee kinderen in kwetsbare situaties worden geconfronteerd, ook effectief in kaart brengt en het beleid daarop afstemt. De Europese Commissie stelde vast dat er in België nog ruimte is voor verbetering.
De in 2026 aangekondigde versterking van de Kindgarantie geeft ons land dan ook een nieuwe kans: in 2027 volgen Europese richtsnoeren voor de sociale inclusie van Roma-kinderen, met aandacht voor inclusief onderwijs en gemeenschapsgerichte interventies. De vraag is of België deze Europese voorzet aangrijpt om Roma en woonwagenbewoners eindelijk gerichter in beeld te brengen en hun specifieke noden mee te nemen in het beleid.
Want uiteindelijk gaat het niet om de vraag of deze kinderen willen leren - dat willen ze zeer graag. De vraag is of wij als samenleving de voorwaarden kunnen creëren waarin dat ook mogelijk wordt. Zodat ook zij op 1 september 2027 gewoon op de schoolbanken kunnen zitten.
Gitte Declercq en Siel Vanfleteren werken voor Caritas Vlaanderen.
De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteurs en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.
