‘Syriërs zijn geen cijfers, terugkeerbeleid verdient nuance’

Alaa Jbour

11 februari 2026
Opinie

‘Syriërs zijn geen cijfers, terugkeerbeleid verdient nuance’

Vluchtelingenkamp in Turkije
Vluchtelingenkamp in Turkije

Hoewel minister Van Bossuyt (N-VA) Syriërs tot 5000 euro biedt voor vrijwillige terugkeer, blijft de situatie in hun land van herkomst uiterst onzeker. Syriërs zijn geen cijfers, maar mensen die al jaren leven tussen hoop en angst. Dat sommigen terugkeren, betekent niet dat terugkeer voor iedereen veilig of verantwoord is, schrijft communicatiemanager Alaa Jbour.

De recente beslissing van minister Van Bossuyt om Syriërs in lopende asielprocedures tot 5000 euro re-integratie steun te bieden bij vrijwillige terugkeer past in dezelfde logica van de vereenvoudiging. De maatregel wordt voorgesteld als zowel humaan als rationeel: goed voor de betrokkenen én goedkoper voor de staat. Maar precies daar wringt het.

Door financiële prikkels te koppelen aan snelle terugkeer beslissingen in een context die nog uiterst volatiel is, ontstaat impliciete druk op mensen die zich existentieel in een kwetsbare positie bevinden. De steun is eenmalig, wordt gekoppeld aan mogelijke inreisverboden en gaat gepaard met een expliciete versterking van gedwongen terugkeer voor wie niet “meewerkt”.

Dat roept fundamentele vragen op over keuzevrijheid, proportionaliteit en rechtszekerheid. Vrijwilligheid verliest aan betekenis wanneer ze ingebed wordt in een beleid dat tegelijk bestraffend en besparinggericht wordt uitgewerkt, en waarbij individuele risico’s ondergeschikt dreigen te worden aan budgettaire en politieke overwegingen.

Veel Syriërs zijn ondertussen bijna een decennium, sommigen zelfs langer, weg uit hun land. Dat land heet Syrië, maar wie het woord nog gebruikt alsof het over een stabiele staat gaat, heeft de afgelopen dertien jaar niet opgelet. Syrië is niet alleen het decor geweest van een van de gruwelijkste oorlogen van deze eeuw, het werd daarvoor al decennialang verstikt door dictatuur. Daarna kwamen Russische bommen, Iraanse milities, Hezbollah-strijders, Turkse en Israëlische inmenging. Syrië werd een schaakbord waarop grootmachten hun zetten deden.

Miljoenen Syriërs sloegen op de vlucht. Niet als collectieve strategie, maar uit individuele noodzaak. Gezinnen werden uiteengerukt: een moeder in Libanon, een zoon in Duitsland, een dochter in Zweden, een vader ergens onderweg verdwenen. Wie vandaag vraagt waarom Syriërs ‘niet gewoon teruggaan’, begrijpt niet wat het betekent om jarenlang in fragmenten te leven, om je familie alleen nog te kennen via schermen en herinneringen.

Na de val van Assad is er opnieuw een breuklijn gekomen. Sommigen spreken over ‘een kans’, anderen over ‘een nieuw begin’. Voor veel Syriërs voelt het vooral als een nieuwe fase van hoop maar ook onzekerheid. De behandeling van asieldossiers werd geschorst, alsof levens even in de wachtkamer konden worden gezet. Alsof de wereld even kon pauzeren terwijl zij dat al dertien jaar proberen vol te houden.

Het klopt dat een deel van de Syriërs terugkeert. Dat gegeven wordt soms selectief gebruikt om te suggereren dat terugkeer voor iedereen mogelijk en verantwoord is. Die redenering miskent de enorme verschillen in omstandigheden binnen Syrië zelf. Veiligheid, politieke controle, economische perspectieven en sociale verhoudingen lopen sterk uiteen per regio, stad of zelfs wijk. Wat voor de ene familie een haalbare terugkeer lijkt, kan voor een andere een onaanvaardbaar risico betekenen.

Daarbovenop komen de spanningen die niemand kan negeren: de Israëlische bezetting, de voortdurende inmenging van Turkije, de koehandel tussen grootmachten die Syrië blijven gebruiken als wisselgeld. Er is nog steeds wantrouwen tegenover de nieuwe fase, en niemand weet hoe strak diens controle werkelijk is. Wie vandaag beweert “zeker” te weten hoe Syrië er over zes maanden zal uitzien, liegt of kijkt weg.

Ja, het staat vast dat als de situatie blijft zoals ze nu is, de toekenning van bescherming voor Syriërs drastisch zal dalen. Maar wat vaak verzwegen wordt, is dat ook het aantal asielaanvragen door Syriërs enorm is gedaald. Mensen komen niet meer massaal. Ze wachten. Ze twijfelen. Ze proberen te overleven in limbo.

Kritiek op het asielbeleid is legitiem en noodzakelijk. Ook het beleid ten aanzien van Syriërs moet gebaseerd zijn op actuele informatie, zorgvuldige risicoanalyses en een consequente toepassing van de regels. Maar kritiek verliest haar geloofwaardigheid wanneer ze vervalt in morele veroordeling zonder context. De suggestie dat Syriërs bewust zouden “profiteren” van onzekerheid miskent de realiteit van mensen die al jaren balanceren tussen hoop en angst.

Laat ons daarom niet te hard van stapel lopen. Laat ons stoppen met morele verontwaardiging die geen rekening houdt met context. Elementair begrip opbrengen is geen zwakte, het is beschaving. Ondersteunen waar we kunnen, helpen waar het nodig is, begeleiden waar terugkeer aan de orde komt, dat is geen naïviteit, dat is verantwoordelijkheid.

Ik vraag geen uitzonderingspositie voor Syriërs. Ik vraag alleen dat men deze mensen ziet als mensen die keuzes maken onder extreme druk, niet als cijfers of dossiers. De beslissing om te vluchten is niet wrang. Het is pijnlijk, onzeker en vaak verscheurend. Wie te snel oordeelt, loopt het risico niet alleen onrechtvaardig te zijn, maar ook kortzichtig.

Alaa Jbour is een Syrische Belg en werkt als communicatiemanager bij het European Commission's Scientific Advice Mechanism.

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.