‘Ik geloof niet in praten met het regime, dat is allemaal al eerder geprobeerd’

Reportage

Het leger is overal: 3,6 miljoen Myanmarezen op de vlucht in eigen land

‘Ik geloof niet in praten met het regime, dat is allemaal al eerder geprobeerd’

Soldaten beklimmen de steile oever van een rivier

Een coalitie van etnische legers en nieuwe burgermilities werkt samen om terrein te veroveren.

Soldaten beklimmen de steile oever van een rivier

Een coalitie van etnische legers en nieuwe burgermilities werkt samen om terrein te veroveren.

Het Myanmarese leger richt zijn drones en bommen steeds vaker op de eigen burgers. Wat doet dat met mensen? ‘Veiligheid bestaat niet.’

Af en toe vaart een ronkende boot met passagiers en vracht door het smaragdkleurige water, dat de grens tussen Thailand en Myanmar vormt. De Salween, een fotogenieke rivier, is de overgang van vrede naar oorlog. Hoger op de oever, tussen hutten van hout en bamboe, wacht Ree Hla Htoo op vervoer naar haar dorp, verder de oostelijke Karen-staat in. In een bijna terloops gebaar laat ze op haar mobiele telefoon enkele foto’s van een zwartgeblakerd, verminkt lichaam zien. ‘Mijn oom’, zegt ze. Hij werd een dag eerder gedood in een luchtaanval door het leger van Myanmar.

Ze oogt onberispelijk, zoals dat in Myanmar verwacht wordt van een lerares. Haar grijzige haar zit in een keurig staartje. Haar gezicht draagt sporen van thanaka, een traditioneel smeersel van boomschors dat de huid zacht maakt en beschermt tegen de zon. Een roze truitje boven een smetteloze, zandkleurige broek. Ze maakt geen woorden vuil aan de risico’s van haar reis naar huis. Oorlogsgevaar is weer al te gewoon geworden sinds het leger op 1 februari 2021 de macht greep.

Net als andere minderheden in Myanmar strijden de Karen al decennia voor gelijke rechten en meer autonomie. Tegen alle verdrukking in vormden ze een ministaat, tegen de grens met Thailand, met een eigen leger, bestuur en publieke diensten als scholen en ziekenhuizen.

Na de coup van 2021 laaiden ook de gevechten in de Karen-staat op, zoals zo vaak eerder in de geschiedenis. De militairen sloegen de wekenlange vreedzame burgerprotesten tegen de machtsgreep met veel geweld neer.

Tienduizenden mensen, vooral jongeren van de Birmaanse meerderheid uit de steden en grotere plaatsen in Centraal Myanmar, trokken naar de gebieden van de Karen en andere minderheden. Ze kregen er militaire training en wapens. In een losse alliantie van groepen worden militaire operaties uitgevoerd tegen het regime.

Het leger is overal

De pick-up truck hotst en botst over de steile zandweg. Nu eens voert de route ons door dichte jungle, dan weer over bergtoppen met fluwelige vergezichten. Grondtroepen van de sit-tat, het Myanmarese leger, zijn er in dit deel van de Karen-staat vrijwel niet meer. Maar in de lucht maakt het leger de dienst uit.

De dreiging vanuit de helderblauwe hemel lijkt ver weg, maar al snel duiken sporen van oorlog op. Groepjes ontheemden bivakkeren onder zeiltjes of afdakjes van stro tussen het gebladerte, vaak met daarnaast een hol of een sleuf uitgegraven in de grond.

Volgens cijfers van de Verenigde Naties zijn alleen al in de Karen-staat ruim 270.000 burgers op de vlucht voor het oorlogsgeweld. Lokale organisaties schatten het aantal veel hoger. In heel Myanmar zijn er inmiddels 3,6 miljoen ontheemden, aldus de telling van de VN, op een bevolking van ongeveer 55 miljoen mensen.

In grote delen van het land woedt een opstand. Op sommige plaatsen winnen de militairen terrein, op andere rukken verzetsgroepen op. Nooit eerder in zijn geschiedenis moest de sit-tat op zo veel plaatsen tegelijk vechten.

‘Ik geloof niet in praten met het regime. Dat is allemaal al eerder geprobeerd.’
Nan Pyae Phoo Hlaing, op de vlucht voor geweld door het leger

In 2024 werd de dienstplicht ingevoerd. Een groot deel van de tienduizenden rekruten wordt als kanonnenvoer naar de frontlinies gestuurd. De ingreep leidde tot een aantal overwinningen. Door druk van China legden bovendien enkele groepen in het oosten de wapens neer.

Tegelijkertijd versterkt het regime de luchtaanvallen. Niet alleen militaire doelen, maar vooral ook dorpen en vluchtelingenkampen zijn het doelwit van die terreur. Net als scholen, ziekenhuizen, pagodes en kerken. Oorlogsmisdrijven die vrijwel dagelijks plaatsvinden. Volgens Human Rights Watch heeft het leger van Myanmar het gebruik van de luchtmacht en drones in 2025 verder uitgebreid, waardoor burgerdoelen steeds vaker worden getroffen.

Wijds uitzicht op het Myanmarese landschap. Op de voorgrond een zandweg die verdwijnt achter de bomen en struiken.

Leven van dag tot dag

‘Veiligheid bestaat niet’, zegt de twintigjarige Nan Pyae Phoo Hlaing. Met een broer en twee zussen bivakkeert ze in een hut die door een andere familie verlaten werd. De vier jongeren zijn begin dit jaar door bombardementen verjaagd uit hun dorp, dat vlak bij de frontlinie van de plaats Hpapun ligt. ‘Een normaal leven hadden we daar niet meer. We zaten de hele tijd in de bunker.’

Terwijl de vliegtuigen boven hun hoofden raasden, omklemden ze elkaar al biddend en spraken elkaar moed in. Hun ouders zijn achtergebleven om zo goed en zo kwaad als het gaat de bonenplantage te bewerken.

Het loopt tegen middernacht als het viertal in het pikkedonker het trapje afstommelt naar de bunker achter hun hut. Een tijdje staan ze onder de sterrenhemel te luisteren naar het ronken van een gevechtsvliegtuig. Wanneer blijkt dat de bommen elders vallen, zoeken ze hun slaapmatjes weer op.

Kraaiende hanen kondigen de ochtend aan. Met routineuze handelingen maken de zussen het ontbijt klaar. Een zwartgeblakerde ketel pruttelt op het vuur in een hoek van de hut. De geur van vers gekookte rijst zweeft door de ruimte. ‘We leven van dag tot dag’, zegt Nan Pyae Phoo Hlaing. Ze steunt de gewapende strijd die een groot deel van het land in zijn greep heeft sinds de coup. Met een stelligheid die haar leeftijd overstijgt, concludeert ze: ‘Ik geloof niet in praten met het regime. Dat is allemaal al eerder geprobeerd.’

Van generatie op generatie hebben Karen de verhalen over hun strijd met het centrale gezag aan elkaar doorgegeven. Het was februari 1947 toen Bogyoke Aung San, die de leiding had over de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Britten, een historische belofte deed aan een aantal van de minderheden. ‘Als Birma (toenmalige naam voor Myanmar, red.) één kyat krijgt, krijgen jullie ook één kyat (de Birmese munteenheid, red.).’

Het werd uiteindelijk een incomplete, halfslachtige overeenkomst. Kwesties als de demarcatie van de staten en de zeggenschap over grondstoffen bleven in het vage. En veel van de andere minderheden ontbraken of waren slechts als waarnemers aanwezig.

Enkele maanden later werden Aung San en zeven andere leden van de overgangsregering vermoord door een politieke rivaal. De onduidelijke afspraken eisten hun tol. De Karen namen als eersten de wapens op.

‘Alleen als er een federale democratie komt, zal er vrede zijn. Als we een eenheid vormen, zal het ons deze keer lukken.’
Khe Aung Ting

Nauwelijks was op 4 januari 1948 de eigen vlag gehesen of conflicten plaagden de jonge natiestaat. Het leger, dat in 1962 de macht greep, maakte korte metten met het idee van een federaal bestuur. In haar doctrine staat dat gelijk aan een doemscenario: het uiteenvallen van de Unie. Bovendien zijn de etnische gebieden onmisbare wingewesten, met hun talloze bodemschatten zoals zeldzame aardmetalen, mineralen en goud, en de mogelijkheden voor de bouw van dammen en waterkrachtcentrales.

De oorlogen met de minderheden verhevigden. Aan het principe van de eenheid van de Unie en een sterk centraal gezag viel niet te tornen, en het leger schuwde geen enkel middel om tegenstanders onder de duim te houden.

Vanaf de jaren 1980 kwamen er wapenstilstanden met een aantal van de rebellengroepen. Die moesten vooral etnische leiders tegen elkaar uitspelen door hen selectief economische voordeeltjes toe te kennen. Het politieke hangijzer van een grotere autonomie voor de minderheden bleef onopgelost.

Zo raakten ook de Karen verdeeld. Nog steeds staan enkele splintergroepen aan de kant van het bewind, om hun financiële belangen – onder andere de handel in amfetamines – veilig te stellen. Zij strijken ook al jarenlang een fortuin op doordat ze in hun gebied scamcentra van Chinese maffia’s toestaan, die wereldwijd mensen oplichten via online contacten.

De Karen-verzetsgroepen hebben sinds de coup van 2021 terrein veroverd, met steun van de nieuwe burgermilities. Maar het regime stuurt nieuwe troepen om die overwinningen ongedaan te maken. Dagelijks razen gevechtsvliegtuigen over. Dit voorjaar riep legerleider Min Aung Hlaing zichzelf uit tot burgerpresident na nepverkiezingen om zijn bewind te legitimeren.

Een met boomstammen en zand bedekte schuilplaats tegen bombardementen. Naast de schuilplaats liggen enkele cilinders op de grond.

Een klein hol, uitgegraven in het zand, is de eerste toevlucht voor bombardementen in Karen-gebied.

Scholen en schuilkelders

Dieper het binnenland in wijst Soe Thu naar de overkant van de weg. Daar dook zijn zoontje enkele maanden geleden met zo’n tweehonderd andere leerlingen naar de grond toen de school aangevallen werd. Tijd om naar de nabijgelegen bunker te rennen was er niet. De bom miste het gebouw maar net. In het gehavende, mintgroene lokaal herinneren een tekening van het menselijk lichaam en een wereldkaart nog aan de lessen. Als bij wonder raakte niemand gewond.

Soe Thu is uit zijn woonplaats gevlucht, met zijn vrouw en twee zoontjes. Hij runt een simpel winkeltje annex restaurant van bamboe. Hij laat zien waar hij zich bij luchtaanvallen schuilhoudt met zijn gezin. Een klein hol, uitgegraven in het zand, is de eerste toevlucht. Iets verder naar achteren is een diepere schuilplaats. De lucht in de donkere ruimte voelt heet en zwaar. Er ligt een dekentje, enkele flesjes water. In een alkoof staat een klein Boeddhabeeldje ter bescherming.

Ook verderop staan de schoolgebouwen er gehavend en verlaten bij. Van sommige rest slechts een karkas. Leerlingen krijgen zo veel mogelijk les in woonhuizen of andere kleinere onderkomens. Regelmatig houden ouders hun kinderen thuis uit angst voor de aanvallen, vertelt een hoofdonderwijzer. ‘Hun oren zijn altijd op de lucht gericht’, zegt hij over zijn studenten. Bij een luchtaanval schuilen ze in een greppel naast het gebouwtje. De grond is te rotsig om een bunker te graven. De pijn is hoorbaar in zijn stem wanneer hij zegt: ‘Dit is de schuilplaats die ik hen moet tonen.’

Nay Ba Hplu, vijftien jaar oud, doet voor hoe hij zijn oren bedekt wanneer de bommenwerpers over dreunen. ‘Dan houden we elkaar allemaal vast.’ En daarna vertelt hij ernstig: ‘Wij zijn al vaak op de vlucht geslagen. Maar ik weet dat er ook mensen zijn omgekomen.’ Honderden scholen in heel Myanmar werden sinds 2021 aangevallen.

Luchtaanvallen

Het veldhospitaal van dokter Saung bestaat uit kleine verspreide gebouwtjes, diep verscholen onder het dichte gebladerte. De arts komt uit Yangon en sloot zich na de staatsgreep aan bij het verzet in de jungle. De bunkers zijn nooit meer dan enkele stappen weg. Naast de keuken, naast de ziekenboeg en aan de achterkant van de hutjes voor het medisch personeel. ‘Wees op je hoede. Er zijn bommenwerpers’, waarschuwt hij soms meerdere keren per dag. De afgelopen vijf jaar werden ook honderden medische faciliteiten in Myanmar aangevallen.

Het ziekenhuis heeft een radioverbinding met strijders in de omgeving, die de veiligheid ook in de gaten houden. Maar geen van de gewapende verzetsgroepen beschikt over afweergeschut. Wel zijn er netwerken zoals Nation Wide Air Scout (NAS) en Enemy Air Raid (EAR) die de bewegingen in de lucht registreren. Ze vangen signalen op die sommige vliegtuigen uitzenden.

Spotters bij luchthavens of langs vliegroutes rapporteren de bewegingen van straaljagers, helikopters of transportvliegtuigen. Op basis daarvan maken EAR en NAS een inschatting welke gebieden gevaar lopen en wanneer. Daarop sturen ze dan waarschuwingen via apps, Telegram en andere kanalen. Het is lang geen waterdicht systeem, omdat niet elke vlucht kan worden waargenomen. Bovendien is er een goed functionerend internet voor nodig, wat in veel gebieden juist ontbreekt.

Om de bevolking te waarschuwen, worden op sommige plaatsen luidsprekers gebruikt, op andere wordt met ijzeren staven geslagen. Soms worden er oefeningen gehouden om burgers voor te bereiden op luchtaanvallen. Maar de maatregelen blijven allemaal mondjesmaat. Overal vertellen burgers dat ze bij de terreur vanuit de lucht vooral op zichzelf aangewezen zijn. Het komt erop neer tijdig dekking te zoeken. Ook voor de gevreesde drones van het regime, die steeds geavanceerder worden.

Een patiënte heeft angstaanvallen, nadat haar voet doorboord raakte door een raketscherf. Dokter Saung probeert haar gerust te stellen met de wrede logica van deze oorlog: ‘Je hoeft niet bang te zijn voor artillerie. Die kan ons hier niet bereiken. Hier zijn alleen bommenwerpers.’

Met de oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten is Myanmar van de radar verdwenen. De Europese Unie en de Verenigde Staten hebben sancties ingesteld tegen de militairen en hun netwerken, maar officiële internationale steun voor de verzetsgroepen is er niet. Westerse landen laten het vooral aan ASEAN, de organisatie van Zuidoost-Aziatische Naties waarvan Myanmar lid is, om met een oplossing voor het conflict te komen. De organisatie is verdeeld over de aanpak en bleek tandeloos.

Het regime heeft ook machtige bondgenoten. China en Rusland zijn politieke steunpilaren en wapenleveranciers. Ook India kiest de kant van de militairen.

Land zonder dictators

Op het bankje voor zijn huis praat dorpshoofd Khe Aung Ting over de toekomst wanneer dokter Saung hem opzoekt. Hij is 63 jaar, heeft een rond gezicht en schrandere ogen onder borstelige wenkbrauwen. Khe Aung Ting herhaalt de fameuze belofte van Bokyoke Aung San: als de Birmezen één kyat krijgen, dan jullie ook één kyat. En met een goedmoedig lachje naar dokter Saung, die tot de Birmaanse meerderheid behoort: ‘Maar dat is nooit gebeurd.’

Hij vervolgt: ‘Alleen als er een federale democratie komt, zal er vrede zijn. Als we een eenheid vormen, zal het ons deze keer lukken.’ Die eenheid is een heikel punt. Na de coup hebben verzetsgroepen van verschillende achtergronden politieke en militaire allianties gevormd. Er kwam een schaduwregering van Nationale Eenheid, bestaand uit afgezette parlementsleden en vertegenwoordigers van etnische minderheden, vrouwen en jongeren.

Maar al die organisaties liggen regelmatig met elkaar in de clinch en telkens ontstaan er ook nieuwe. Allemaal kampen ze met gebrek aan geld, wapens, middelen en expertise.

In het dagelijks leven van de gewone burgers is meer samenhorigheid, ziet Khe Aung Ting. ‘Toen al die nieuwkomers (minderheden die de wapens willen opnemen, red.) hier arriveerden, was ik op mijn hoede: wat is er gaande? Maar we hebben dezelfde vijand. Ze hebben alles opgegeven en zijn hun toekomst verloren.’ Verderop in het landschap staat een rij rode tombes, als stille getuige van die offers. Graven van jongeren uit de steden van Myanmar, die ver van huis gesneuveld zijn. ‘Ze willen hetzelfde als wij: een land zonder dictators.’

Deze reportage werd geschreven voor MO*161, het herfstnummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.

Word proMO*

MO* heeft geen betaalmuur en is er voor iederéén. Dat kan alleen dankzij de steun van proMO*s, want diepgravende journalistiek kost tijd en geld.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in