Koloniale gebouwen zetten het verleden opnieuw in beweging

Reportage

Dekoloniseer architectuur

Koloniale gebouwen zetten het verleden opnieuw in beweging

Museum van Poni deelt de trots van de Lobi-volken

Het Regionaal Museum van de Beschavingen van het Zuidwesten, ook bekend als het ‘museum van Poni’, geeft sinds 1990 een nieuwe bestemming aan een Frans koloniaal gebouw.

Museum van Poni deelt de trots van de Lobi-volken

Het Regionaal Museum van de Beschavingen van het Zuidwesten, ook bekend als het ‘museum van Poni’, geeft sinds 1990 een nieuwe bestemming aan een Frans koloniaal gebouw.

Sarah Daboné en Jean Marie Murhala Corneille

19 augustus 2026

De erfenis van de Europese kolonisatie laat diepe sporen na op het Afrikaanse continent. Achtergebleven koloniale gebouwen zijn een zichtbare herinnering aan dat verleden. MO*medewerkers Sarah Daboné en Jean Marie Murhala Corneille bezochten elk een koloniaal gebouw waarin de geschiedenis van morgen voortleeft.

De kolonisatie van Afrika vond vooral plaats aan het einde van de 19de eeuw, toen Europese landen grote delen van het Afrikaanse continent in bezit namen en exploiteerden. Tijdens die periode importeerden de kolonisten een Europese bouwstijl die aangepast werd aan het lokale klimaat. Vooral op het einde van de kolonisatie deed het zogenaamde tropisch modernisme zijn intrede.

Na de Tweede Wereldoorlog groeide het verzet tegen het kolonialisme en werden veel Afrikaanse landen onafhankelijk. De nieuwe besturen namen veel administratieve gebouwen over. Sommige daarvan, zoals een koloniale school in Gaoua in Burkina Faso, kregen een eigen nieuwe invulling. Andere, zoals het grote postgebouw in de Congolese stad Bukavu, wachten nog op een nieuwe toekomst, maar doen jonge architecten alvast dromen.

Voor MO* trok Sarah Daboné naar het Burkinese Goua. Jean Marie Murhala Corneille bezocht op zijn beurt het l’ Hôtel de Poste in Bukavu, in de Democratische Republiek Congo. 

Van koloniaal postgebouw tot commercieel centrum van de stad 

In het hoofdpostkantoor van de stad Bukavu, l’ Hôtel de Poste, worden al even geen brieven meer verstuurd of ontvangen, maar toch blijft het gebouw een belangrijk referentiepunt in de stad. Het postkantoor werd door de Belgische kolonisator net vóór de onafhankelijkheid gebouwd. In januari 1957 werd het officieel ingehuldigd, en drie jaar later, bij de onafhankelijkheid, door de Belgen verlaten. 

Het nieuwe gebouw zou het postverkeer tussen de kolonisten versnellen. Voor Belgische gezinnen waren er postbussen waarin de post die per vliegtuig uit België kwam in de bus belandde. 

Tot de tevredenheid van de Congolezen werd die taak na de kolonisatie verdergezet. Maar aan het begin van de eeuw begon de briefpost aan belang te verliezen. Sinds de komst van het internet verloor het zijn rol van betekenis.

Het postkantoor van Bukavu na de opening in 1957

Het postkantoor van Bukavu na de opening in 1957.

Het hoofdpostkantoor van Bukavu is een architecturaal juweel dat helaas snel zijn ‘schoonheid’ verliest. In de jaren 60 behoorde het nog tot de tien mooiste gebouwen van zijn tijd, maar vandaag heeft het, net als veel andere gebouwen van die allure, zijn glans verloren. Het ooit zo imposante gebouw oogt verouderd en verkeert in verval.

Hoewel het postkantoorgebouw in Bukavu aan zijn lot is overgelaten, biedt het vandaag nog altijd onderdak aan verschillende activiteiten en diensten. Zo zijn er radio- en televisiestations gevestigd, waaronder de openbare omroep Radio et Télévision Nationale Congolaise (RTNC), naast kantoren van verenigingen en humanitaire organisaties.

De buitenkant van het gebouw wordt ingenomen door handelaars die drukwerk en kantoorbenodigdheden verkopen. Op andere plekken zijn een restaurant, bar en naaiatelier gevestigd.

Het postgebouw lijkt vandaag op een openbare markt, weliswaar in handen van de Congolese staat en sinds de inname van de stad begin 2025 onder het bestuur van de rebellengroep AFC/M23.

‘Wie een ruimte in het gebouw wil gebruiken, heeft daarvoor toestemming nodig van de directeur-generaal die verantwoordelijk is voor het beheer van het hoofdpostkantoor. Bezoekers moeten bovendien vaak betalen om toegang te krijgen’, vertelt een bron die anoniem wil blijven. Die inkomsten zouden de staatskas moeten spekken.

In de ogen van velen tasten deze activiteiten in en rond het postgebouw het imago van het historische monument aan. 

Een administratieve bron binnen het door AFC/M23-rebellen bestuurde gebied die wij contacteerden, ontkent echter dat het postkantoor daarmee wordt uitgehold. Volgens de bron heeft het gebouw eerder een nieuwe bestemming gekregen, nu de globalisering de traditionele rol van de post grotendeels heeft doen verdwijnen.

Vandaag is het gebouw van postkantoor van Bukavu nog steeds in gebruik, maar in slechts taat

Versnelde aftakeling

Minstens drie keer werd het postkantoor door brand getroffen, wat de aftakeling van het gebouw aanzienlijk heeft versneld. Ook de aardbeving van 2008 richtte zware schade aan.

De sporen van de laatste brand, in 2021, zijn nog niet uitgewist. Een renovatie dringt zich op, maar is onzeker gezien de uiterst precaire veiligheidssituatie in de Kivu-regio.

Vóór de bezetting door de rebellen van AFC/M23 beloofden de Congolese autoriteiten het gebouw te renoveren. Sinds de komst van de AFC/M23-beweging is die renovatie geen prioriteit meer.

De rampen hebben helaas ook de stabiliteit van het gebouw aangetast. Volgens sommigen is het daarom veiliger om het af te breken en opnieuw op te bouwen, om een grotere catastrofe in de nabije toekomst te voorkomen.

De herbestemming van de door de kolonisten nagelaten infrastructuur leidt wel vaker tot debat in een stad die nog volop op zoek is naar haar architecturale identiteit.

Maar het doet ook jonge architecten dromen. Apollinaire Ganywamulume wijdde zijn eindwerk aan het voor hem iconische gebouw. ‘We moeten een van die belangrijke gebouwen in onze stad nu redden, zodat de toekomstige generaties er ook kunnen van genieten’, gelooft de alumni van de Katholieke Universiteit van Bukavu (UCB).

Apolinnaire Ganywamuleme wil het postkantoor doen heropleven

De functie van postkantoor is vandaag veranderd, maar volgens Ganywamulume zou het een meerwaarde zijn om een deel ervan in ere te herstellen. ‘Denk maar aan fotokopieën, pasfoto’s maken en foto’s printen bijvoorbeeld’, legt hij uit. ‘Maar andere commerciële activiteiten kunnen er nog een plaats krijgen.’ 

‘Met een binnenplaats, rustplaatsen, een bibliotheek en zelfs een documentatiecentrum over het gebouw zelf moet het ook een ontmoetingsplek zijn.’ Ganywamulume hoopt dat het bestuur bereid is een comité samen te stellen met mensen die zich over de toekomst van het gebouw willen buigen. Zelf zou hij daar graag deel van uitmaken. 

Het kloppende hart van de Lobi

Gaoua, de historische hoofdstad van de Lobi-volkeren ligt op meer dan 300 kilometer ten zuidwesten van de Burkinese hoofdstad Ouagadougou, vlak bij de grens met Ivoorkust en Ghana. Het is de thuisbasis van het Regionaal Museum van de Beschavingen van het Zuidwesten, beter bekend als het ‘museum van Poni’, dat in 1990 werd opgericht.

Door de jaren heen is dit koloniale gebouw, ooit een instrument van overheersing, veranderd in een plaats van overdracht en trots. In Gaoua bewaart het museum niet alleen het verleden, het zet het ook opnieuw in beweging. 

En in dit Burkinese zuidwesten, waar kennis vaak fluisterend wordt doorgegeven, maakt dit museum duidelijk dat herinnering nooit een overblijfsel is, maar een collectieve kracht.

Palenfo Sié Gildas Nazaire, cultureel animator en voormalig conservator van het museum, vertelt graag meer over de geschiedenis: ‘In 1920 mobiliseerden de Europese kolonisten de plaatselijke bevolking voor de bouw, vaak via dwangarbeid. Ze moesten een ruimte creëren ten dienste van het koloniale bestuur.’

Aanvankelijk deed het gebouw dienst als school, legt hij uit. Maar al snel kreeg het een andere bestemming. In 1949, toen een epidemie van slaapziekte door de regio trok, werd het omgevormd tot dispensarium. Europese artsen die de ziekte kwamen bestrijden, vonden er onderdak.

In de jaren 80, tijdens de revolutie van Thomas Sankara, kreeg het gebouw een derde bestemming. ‘Toen werd het opslagplaats voor wapens en munitie van de Comités ter Verdediging van de Revolutie’. Daarna werd het gebouw aan zijn lot overgelaten, terwijl zijn muren zwijgend getuigden van de woelige geschiedenis.

Dat het gebouw uiteindelijk een museum werd, is voor een groot deel te danken aan de Franse zuster Madeleine Père. De religieuze, sociaal assistente en etnologe kwam kort na de onafhankelijkheid in 1961 naar Gaoua en zou er veertig jaar wonen. Ze leefde er in nauw contact met de gemeenschappen van het zuidwesten.

In een interview met Relais uit 1986 formuleerde ze het zelf zo: ‘Ik ben zo lang in het land van de Lobi gebleven omdat je met mijn beroep niets degelijks kunt verwezenlijken als je er slechts korte tijd bent. Je moet de tijd nemen om de mensen, hun omgeving, hun manier van leven en hun gewoonten te leren kennen.’

Père verzamelde artefacten, symbolen en riten bij de Lobi-volkeren, bestaande uit onder meer de Lobi, Birifor, Dagara, Puguli en Gan. Deze collectie zou later de basis vormen van het toekomstige museum. 

‘Ze wilde het culturele erfgoed bewaren dat toekomstige generaties houvast kon bieden’, herinnert Palenfo Sié Gildas zich.

In 1983, tijdens de tweede editie van de SNC, de Nationale Cultuurweek, stelde ze een deel van haar collectie tentoon in een tijdelijke stand. Daarmee wist ze de aandacht van de plaatselijke autoriteiten te trekken en legde ze de basis voor een ambitieuzer project. Het koloniale gebouw werd in 1988 gerestaureerd en twee jaar later opende het Regionaal Museum van de Beschavingen van het Zuidwesten officieel de deuren. Père overleed in 2002.

Een spiegel voor de regio

De koloniale architectuur van het gebouw is grotendeels intact gebleven. Voor veel inwoners is dit museum veel meer dan een gerestaureerd gebouw, vertelt Dah Bannon, diensthoofd culturele en toeristische promotie van de regio. ‘Het museum van Gaoua is een spiegel waarin gemeenschappen naar hun verleden kunnen kijken om het heden beter te begrijpen.’

Bannon legt uit dat de bevolking het museum aanvankelijk zag als een eenvoudige opslagplaats voor oude voorwerpen. Dankzij bewustmakingscampagnes is het besef van de waarde ervan vandaag sterk gegroeid. ‘Het museum is een bron van trots en eer voor alle volkeren van de regio. Zonder dit museum hadden de lokale beschavingen door de veranderende wereld geleidelijk kunnen verdwijnen.’

Aanvankelijk maakte een museumbezoek geen deel uit van de lokale gewoonten en werd het vooral beschouwd als een bezigheid voor buitenlanders. De COVID-19-pandemie bracht daar verandering in: ze gaf het binnenlandse toerisme een impuls en deed Burkinezen meer stilstaan bij de waarde van hun eigen erfgoed.

Alleen zijn grote verplaatsingen om het museum te bezoeken vandaag niet vanzelfsprekend. De veiligheidssituatie in Burkina Faso blijft bijzonder gespannen, met aanhoudende aanvallen van jihadistische gewapende groepen en een groot risico op geweld en ontvoering, vooral buiten de belangrijkste steden. Daardoor trekt het museum vandaag vooral een publiek uit de stad zelf en uit de omliggende gemeenten. De bezoekers zijn overwegend scholieren en studenten. Gemiddeld zijn er zo’n 200 bezoeken per maand.

Ondanks die veiligheidsbezorgdheden speelt het museum volgens Bannon een belangrijke rol in het versterken van de culturele identiteit, in het bewustzijn over traditionele kennis en in de overdracht van het erfgoed aan toekomstige generaties.

De lokale gemeenschappen willen het museum nog versterken, legt hij uit. ‘Ze willen een omheining, meer personeel, een eetgelegenheid en de introductie van audiovisuele tentoonstellingen.’

De voormalige conservator Nazaire wijst ook op het belang om het gebouw blijvend te beschermen: ‘Als je het ziet, zou je niet zeggen dat het meer dan een eeuw oud is. Het is cruciaal om het te bewaren, want het is een architecturaal pronkstuk.’

De geslaagde herbestemming van het gebouw toont hoe koloniaal erfgoed kan uitgroeien tot een plek die de culturele herinnering versterkt en tegelijk ruimte biedt voor onderwijs en ontdekking, voor de huidige en toekomstige generaties.

Deze analyse kwam tot stand met speciale projectsteun van 11.11.11

Ontvang het beste van MO* rechtstreeks in je mailbox

Schrijf je nu in op onze gratis nieuwsbrieven en wij houden je op de hoogte van wat er gaande is in onze mondialiserende en snel veranderende wereld. 

Word proMO*

MO* heeft geen betaalmuur en is er voor iederéén. Dat kan alleen dankzij de steun van proMO*s, want diepgravende journalistiek kost tijd en geld.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in