Ebola in Congo: ‘Gezondheidscrisis kan snel veranderen in vertrouwenscrisis’
In Goma bestrijden vrouwen en jongeren de misinformatie over ebola

© Samuel Abiba

© Samuel Abiba
Samuel Abiba
24 juni 2026 • 12 min leestijd
Nu het oosten van de Democratische Republiek Congo wordt geconfronteerd met een nieuwe opflakkering van ebola, komen vrouwen, jonge vrijwilligers en kunstenaars in actie om misinformatie te bestrijden en de sociale samenhang in de bezette stad Goma te herstellen.
Op de Virungamarkt, een van de drukst bezochte markten van Goma, gaan de gesprekken niet alleen over de prijs van groenten of de economische problemen. Sinds de aankondiging van nieuwe gevallen van ebola in het oosten van de Democratische Republiek Congo maakt de ziekte deel uit van de dagelijkse gesprekken.
Onder de zeilen, die de handelaren tegen de zon en de regen beschermen, wisselen de inwoners vaak tegenstrijdige informatie uit. Die gaat van het beweren dat de ziekte een reële bedreiging vormt, tot de bewering dat ze een verzinsel is om internationale financiering aan te trekken. De meeste mensen proberen het simpelweg te begrijpen.
‘We horen heel veel verschillende dingen’, legt Bahati Nzabayo uit, moeder van tien kinderen en groenteverkoopster. ‘Sommigen zeggen dat je bang moet zijn, anderen beweren dat het allemaal overdreven is. Als je geen betrouwbare informatie hebt, wordt het moeilijk om te weten wat je moet geloven.’
In Goma, de hoofdstad van de provincie Noord-Kivu die sinds januari 2025 bezet wordt door de rebellenbeweging M23 en diens politieke vleugel Alliance Fleuve Congo (AFC), komt de dreiging van ebola bovenop een al heel kwetsbare situatie.
Al jarenlang wordt het oosten van Congo geconfronteerd met gewapend geweld, ontheemding van de bevolking, economische problemen en een aanhoudende humanitaire crisis. Voor veel inwoners is het ontwikkelen van een nieuwe gezondheidsnoodtoestand een extra beproeving in een aaneenschakeling van crises die nooit lijken te eindigen.

Op de markt sensibiliseren vrouwen en jongeren over ebola
© Samuel Abiba
Volgens cijfers van de Congolese gezondheidsdiensten (COUSP-DRC) werden minstens 856 mensen besmet, zijn er 198 aan de ziekte overleden en 56 genezen verklaard (18 juni). Voorlopig werd in Goma slechts één bevestigde besmetting geregistreerd, maar die patiënt is inmiddels genezen. Toch zijn er nog andere verdachte gevallen.
De cijfers zijn vermoedelijk een onderschatting, want een deel van de oostelijke provincies staat niet onder de controle van de overheid, wat de opvolging uitdagend maakt.
De grootste oostelijke steden Goma en Bukavu staan onder bestuur van de rebellengroep M23/AFC dat de bestrijding van ebola coördineert. Het bezettend bestuur informeert over beschermingsmaatregelen, zoals het wassen van de handen en het melden van verdachte gevallen. Daarnaast zijn grote volksbijeenkomsten op openbare plaatsen verboden.
De weg naar de stad Butembo is gesloten, waardoor er nauwelijks verplaatsingen zijn tussen Goma en Lubero, ten noorden van M23-gebied en gecontroleerd door regeringstroepen. Ook de grensovergang met Rwanda blijft gesloten.
Wantrouwen is niet nieuw
Het virus wordt voornamelijk overgedragen door direct contact met bloed, braaksel, ontlasting, zweet, speeksel of andere lichaamsvloeistoffen van een besmet persoon met symptomen. Maar ook door het aanraken van besmette voorwerpen, zoals kleding, beddengoed of medisch materiaal.
Zorgverleners benadrukken het belang van handen wassen, om contact met lichaamsvloeistoffen van zieke personen te vermijden en om snel de gezondheidsinstanties in te schakelen bij verdachte symptomen.
Maar hun strijd beperkt zich niet tot het indammen van een virus. Ze vechten ook tegen geruchten, valse informatie en wantrouwen. Inwoners van Goma geloven immers soms dat ebola bepaalde gemeenschappen viseert, of beschuldigen autoriteiten of humanitaire organisaties ervan de cijfers te manipuleren en de risico's te overdrijven.
Dat wantrouwen is niet nieuw. Tijdens eerdere epidemieën werden behandelcentra aangevallen en stonden mensen vijandig tegenover medische teams omdat ze er geen vertrouwen meer in hadden. De herinnering aan die spanningen leeft vandaag nog steeds.
Vrouwen in de frontlinie
‘Wanneer mensen bang zijn, zoeken ze vaak naar schuldigen’, legt Esther Vira uit. Vira maakt deel uit van de vrouwenrechtenorganisatie AIDPROFEN (Action et Initiatives de développement pour la Protection de la Femme et de l’Enfant). ‘Het risico bestaat dat bepaalde gemeenschappen gestigmatiseerd of buitengesloten worden, terwijl ze zelf slachtoffer zijn van de situatie.’
Volgens Vira is desinformatie een van de belangrijkste obstakels in de strijd tegen de ziekte. ‘Ebola behoort niet tot een enkele etnische groep, noch tot een enkele provincie of een enkele gemeenschap. Als we verdeeldheid zaaien, verzwakken we ons vermogen om iedereen te beschermen.’
In de volkswijken van Goma spelen de vrouwen een essentiële rol in de verspreiding van informatie. Huismoeders, handelaarsters, verantwoordelijken van verenigingen of gemeenschapsleiders zijn vaak de eerste personen tot wie de inwoners zich wenden voor uitleg.

Informatie over ebola wordt in het Swahili verstrekt. Dat schept vertrouwen
© Samuel Abiba
AIDPROFEN is zich bewust van deze invloed en drijft de buurtbijeenkomsten, waar inwoners de gelegenheid krijgen vragen te stellen en hun zorgen te uiten, daarom op.
In een vergaderzaal wisselen vrouwen onder begeleiding van de organisatie van gedachten over hoe de verspreiding van geruchten te voorkomen. Ze vertellen over vragen van hun buren, maar ook over de alarmerende berichten die ze op hun telefoon ontvangen.
Voor Esther Vira is het overbrengen van gezondheidsinformatie niet het enige doel. ‘We proberen ook de sociale samenhang te versterken. Een gezondheidscrisis kan snel veranderen in een vertrouwenscrisis. We herinneren mensen eraan dat we allemaal dezelfde risico’s en dezelfde verantwoordelijkheden delen.’ De gesprekken gaan zowel over preventiemaatregelen als over de noodzaak om stigmatisering van de door de ziekte getroffen families te voorkomen.
Een luisterend oor
Op een drukke laan in Goma loopt een tiental jonge vrijwilligers met megafoons. Ze stoppen voor winkels en spreken voorbijgangers aan. Hun opvallende outfit van medische maskers en verpleegjassen wekt bij het publiek nieuwsgierigheid, maar ook wantrouwen op. Maar omdat ze hun boodschap voornamelijk in het Swahili verkondigen – de belangrijkste taal in Goma –, blijven veel mensen toch even luisteren.

Niet elk bloed wijst op ebola, leren de schoolmeisjes in Goma
© Samuel Abiba
Deze jongeren maken deel uit van U-Report, een door UNICEF ondersteund platform dat jongeren aanmoedigt om te werken rond thema’s die hun gemeenschappen raken.
Benjamin Biringanine neemt regelmatig deel aan zulke campagnes. ‘Tijdens een noodsituatie verspreidt valse informatie zich vaak sneller dan geverifieerde informatie’, legt hij uit. ‘Omdat veel mensen geen toegang hebben tot officiële bronnen, of er geen vertrouwen in hebben, gaan we rechtstreeks naar de inwoners.’
De vrijwilligers trekken naar markten, scholen, kerken en andere plaatsen waar mensen samenkomen. Ze beantwoorden vragen, corrigeren bepaalde misvattingen en moedigen de inwoners aan om de gezondheidsaanbevelingen op te volgen.
Maar hun missie bestaat niet alleen uit informeren. De vrijwilligers bieden ook een luisterend oor. ‘Veel mensen hebben de behoefte om over hun angsten te praten’, vervolgt Benjamin. ‘Wanneer iemand zich gehoord voelt, is hij vaak meer geneigd om de uitleg te aanvaarden.’
Menstruatie is geen ebola
In een klaslokaal van de school Soleil Levant in Nyabushongo, een buitenwijk ten westen van Goma, luisteren tientallen leerlingen aandachtig naar jonge vrijwilligers, gewapend met megafoons, microfoons en educatieve affiches.
Het thema van de dag wordt zelden in het openbaar besproken: menstruele hygiëne tijdens de opflakkering van het ebolavirus. De jonge leden van U-Report werken daarom samen met de vzw FOBE, de vzw COMFORT en verschillende andere zorgprofessionals.
In dit deel van de stad zijn de uitdagingen talrijk. De hoge kosten van menstruele bescherming en de hardnekkige taboes rond menstruatie bemoeilijken het dagelijks leven van veel jonge meisjes. De verspreiding van valse informatie over de nieuwe uitbraak van ebola in de regio doet de druk op meisjes toenemen.
Plamedi is een van de meisjes in het klaslokaal. ‘Ze leggen ons uit hoe we voor onze menstruele hygiëne moeten zorgen om onszelf goed te beschermen’, vertelt ze. ‘We leren hoe belangrijk het is om onze maandverbanden schoon te houden, schone toiletten te gebruiken en regelmatig onze handen te wassen. Vandaag hebben we ook zeep en andere hygiëneproducten gekregen.’

Vrijwilligers van U-Report springen in het oog
© Samuel Abiba
‘Niet alle bloed is automatsich ebola’, staat op verschillende affiches. ‘Menstruatie is een natuurlijk proces’, vertelt Kinyabuguma Nicola van U-Report. ‘We drukken leerlingen op het hart dat niet elke bloeding noodzakelijkerwijs verband houdt met de ziekte.’ De organisatoren proberen op die manier, naast het uitdelen van menstruatiekits, de gesprekken bij te sturen.
Jongeren zijn deel van de oplossing
Dichter Guillaume Bukasa begeleidt een groep jongeren die theater, poëzie en muziek gebruiken om mensen te sensibiliseren. In een geïmproviseerde repetitieruimte werken adolescente meisjes aan een kort toneelstuk dat geïnspireerd is op waargebeurde situaties in hun wijken. Het gaat over een familie die geconfronteerd wordt met geruchten over ebola, en de gevaren van misinformatie.
‘Kunst maakt het mogelijk om over moeilijke onderwerpen te praten zonder de indruk te wekken dat je een les geeft’, legt Bukasa uit. ‘Mensen herkennen zich in de verhalen die op het podium worden verteld.’ De voorstellingen worden opgevoerd in scholen, kerken en tijdens buurtevenementen, vaak in het Swahili om een breed publiek te bereiken.
Bovendien is het voor de jonge kunstenaars ook een manier om een bijdrage te leveren aan hun gemeenschap, waar de gelegenheden tot positief engagement beperkt blijven.
‘We willen laten zien dat jongeren een deel van de oplossing kunnen zijn’, legt een deelneemster uit. ‘We zijn niet alleen toeschouwers van de crises die onze regio doormaakt.’
Strijd om vertrouwen
In de loop der jaren hebben de inwoners van Goma geleerd om met onzekerheid te leven. Toch betekent dit aanpassingsvermogen niet dat de vele crises geen sporen nalaten.
Veel families leven met de directe of indirecte gevolgen van het gewapend conflict. Mensen werden meermaals ontheemd, verloren hun bestaansmiddelen of zijn gescheiden van naasten die in andere regio's wonen. In deze realiteit is het vinden van eten een dagelijkse prioriteit.
‘De mensen zijn moe’, merkt M'piana Tchibangu Djibril op, leraar en onafhankelijk analist. ‘Wanneer er een nieuwe crisis uitbreekt, hebben velen het gevoel dat ze niet meer in staat zijn om die het hoofd te bieden.’ Volgens M'piana spelen gemeenschapsinitiatieven een essentiële rol om ruimte te creëren voor dialoog in een omgeving getekend door onzekerheid.
‘Vrede wordt niet alleen opgebouwd door politieke onderhandelingen’, legt hij uit. ‘Ze wordt ook opgebouwd door burgers die, ondanks de moeilijkheden, besluiten om solidair te blijven.’
In een regio waar crises elkaar al jarenlang opvolgen, zou de strijd om het vertrouwen wel eens even belangrijk kunnen blijken als de strijd tegen de ziekte zelf.


