‘De nadruk van de VN-agenda moet verschuiven van uitbreiding naar daadwerkelijke uitvoering’

Philipp Schönrock (Cepei)

24 september 2026
Opinie

Een routekaart voor de volgende secretaris-generaal van de VN

“‘‘De nadruk van de VN-agenda moet verschuiven van uitbreiding naar daadwerkelijke uitvoering’’

Beeld van de zaal waar de algemene vergadering van de VN plaatsvindt
Beeld van de zaal waar de algemene vergadering van de VN plaatsvindt

In 2027 neemt een nieuwe secretaris-generaal de leiding over de Verenigde Naties, op een moment dat het vertrouwen in multilaterale samenwerking een dieptepunt bereikt. De nieuwe secretaris-generaal zal voor de eerste honderd dagen – en de periode daarna – een ambitieus hervormingsplan nodig hebben, schrijft Philipp Schönrock, directeur van de onafhankelijke denktank Cepei.

Het leiden van de Verenigde Naties is altijd een delicate evenwichtsoefening geweest. Maar nu de naoorlogse wereldorde steeds verder uiteenvalt, is die taak nog veel ingewikkelder geworden. De volgende secretaris-generaal, die in 2027 aantreedt, krijgt de belangrijkste functie binnen het multilaterale bestuur op een moment dat het vertrouwen in multilaterale samenwerking bijzonder laag is. Om dat vertrouwen te herstellen, zal de nieuwe leider van de VN deze crisis moeten beschouwen als wat zij óók kan zijn: een unieke kans om de organisatie ingrijpend te hervormen.

Zeven kandidaten zijn in de race om António Guterres op te volgen, al is het aantal serieuze kanshebbers na de derde proefstemming in de VN-Veiligheidsraad verder afgenomen. Die stemming lijkt er bovendien op te wijzen dat de leden vasthouden aan het beginsel van regionale roulatie, wat zou betekenen dat de volgende secretaris-generaal uit Latijns-Amerika of het Caribisch gebied komt. Rebeca Grynspan uit Costa Rica en Carolyn Rodrigues Birkett uit Guyana gelden inmiddels als de twee voornaamste kandidaten. Maar omdat geen van beiden duidelijk vóórligt, bestaat nog altijd de mogelijkheid dat zich op het laatste moment een nieuwe kandidaat meldt.

Wie uiteindelijk ook wordt gekozen, de nieuwe secretaris-generaal zal voor de eerste honderd dagen – en de periode daarna – een ambitieus hervormingsplan nodig hebben. Daarmee moet niet alleen de koers van de VN worden bepaald, maar ook het mondiale bestuur beter worden toegerust voor de uitdagingen van de 21e eeuw.

Cepei, de in Bogotá gevestigde denktank waarvan ik directeur ben, heeft daarom samengewerkt met organisaties uit de hele wereld en regionale bijeenkomsten georganiseerd met vooraanstaande wetenschappers, voormalige diplomaten, beleidsmakers, mensen uit de praktijk en andere betrokkenen. Samen hebben zij nagedacht over de agenda en prioriteiten van de volgende secretaris-generaal en, meer in het algemeen, over de toekomst van het leiderschap van de VN.

Uit deze bijeenkomsten blijkt dat de verwachtingen hooggespannen zijn. Hoewel de secretaris-generaal van de VN slechts beperkte zelfstandige bevoegdheden heeft, beschikt hij of zij wel over aanzienlijk politiek gezag. Hij of zij is het publieke gezicht en de stem van de organisatie, benoemt hoge functionarissen en is verantwoordelijk voor het algemene bestuur van de VN.

Vertrouwen herstellen

De centrale vraag is dan ook hoe de volgende secretaris-generaal binnen deze beperkingen in de eerste honderd dagen leiderschap kan tonen, vertrouwen kan opbouwen en een duidelijke koers kan uitzetten.

Om te beginnen moet de volgende secretaris-generaal een duidelijke en consistente boodschap uitdragen en slim gebruikmaken van de grotendeels voorspelbare VN-agenda om al vroeg enkele concrete resultaten te boeken. Daarbij moet politieke duidelijkheid vooropstaan, en niet steeds nieuwe thema’s aan de agenda worden toegevoegd. Bestaande afspraken, zoals de Duurzame Ontwikkelingsdoelen en klimaatakkoorden, moeten worden uitgevoerd en afgerond.

De nadruk moet dus verschuiven van uitbreiding van de agenda naar daadwerkelijke uitvoering. Fundamenteler is dat de nieuwe secretaris-generaal zich inzet voor transparantere machtsverhoudingen binnen de VN, inclusiviteit in de hele organisatie verankert en de samenwerking met de lidstaten versterkt. Ook moet de manier waarop de VN wordt gefinancierd beter aansluiten bij de manier waarop de organisatie wordt bestuurd.

Dat betekent dat het vertrouwen eerst binnen de VN zelf moet worden hersteld. Bij de samenstelling van het hoogste leidinggevende team moet de volgende secretaris-generaal mensen benoemen die politieke moed tonen, zelfstandig kunnen oordelen, duidelijke prioriteiten durven stellen, risico’s niet uit de weg gaan en bestand zijn tegen kritiek.

Wanneer landen het gevoel hebben dat hun betrokkenheid vooral symbolisch is en dat hun belangen onvoldoende worden gehoord, versterkt dat het gevoel van uitsluiting, waardoor de legitimiteitscrisis wordt verdiept.

Ook moet er opnieuw nadruk komen te liggen op de rol van de VN als bemiddelaar. Zo’n leiderschapsteam kan op de langere termijn de samenwerking binnen de organisatie verbeteren, duurzame coalities opbouwen, en wezenlijke structurele en organisatorische hervormingen doorvoeren. Daar moeten wel concrete mechanismen tegenover staan waarmee leiders ter verantwoording kunnen worden geroepen.

Om een personeelsbestand van ongeveer 120.000 mensen, dat kampt met een laag moreel en uiterst krappe budgetten, opnieuw het gevoel te geven dat hun werk ertoe doet, is allereerst een overtuigende analyse nodig van de problemen waarmee de VN worden geconfronteerd. Daarnaast moet er een duidelijke visie op de toekomst komen, met heldere prioriteiten voor wat er moet gebeuren.

Die analyse moet zich in de eerste plaats richten op de politieke oorzaken van de problemen. Veel daarvan vloeien immers voort uit keuzes van de lidstaten, het afbrokkelen van de internationale consensus en de veranderende mondiale machtsverhoudingen. Dat stelt grenzen aan wat institutionele hervormingen – of de secretaris-generaal alleen – kunnen bereiken.

Maar daaruit volgt ook iets anders: bij de selectie en de transitie naar een nieuwe secretaris-generaal moet niet alleen worden besproken wat de lidstaten van deze persoon verwachten, maar ook wat zij zelf bereid zijn bij te dragen om die verwachtingen mogelijk te maken.

Belangrijke keuzes

De nieuwe secretaris-generaal erft ook het nog niet voltooide UN80 Initiative, dat bedoeld is om de VN efficiënter te laten functioneren, de uitvoering van de bestaande mandaten te beoordelen en mogelijke structurele hervormingen en aanpassingen van programma’s te onderzoeken.

In de eerste honderd dagen zullen belangrijke keuzes moeten worden gemaakt: welke onderdelen van deze hervormingsagenda moeten worden voortgezet, welke moeten worden aangepast en welke kunnen beter worden geschrapt? Daarbij is het belangrijk hervormingsmoeheid te voorkomen, en ervoor te zorgen dat de lidstaten nauw betrokken zijn bij de volgende fase en deze ook daadwerkelijk ondersteunen.

Ook op nationaal niveau zal de secretaris-generaal moeilijke keuzes moeten maken over welke taken de VN niet langer zelf moeten uitvoeren. Tegelijkertijd moeten de uitvoering, lokale verankering en onderlinge coördinatie worden verbeterd. Daarvoor moet duidelijker worden op welke terreinen de VN werkelijk toegevoegde waarde hebben.

Daarbij gaat het vooral om hun universele legitimiteit, hun vermogen om verschillende partijen bijeen te brengen en internationale normen vast te stellen, en – misschien wel het belangrijkst – hun rol bij bemiddeling en het verlenen van ‘goede diensten’. Het uitgangspunt moet daarbij niet terugtrekking zijn, maar een duidelijke taakverdeling. Waar directe betrokkenheid van de VN noodzakelijk is, moeten zij die rol blijven vervullen. Maar waar regionale of nationale organisaties beter in staat zijn om op te treden, moeten de VN bewuster op deze partijen vertrouwen.

Ten slotte moet de volgende secretaris-generaal met de lidstaten in gesprek gaan over een duurzamer financieringsmodel voor de VN. Daarmee kan de afhankelijkheid van vrijwillige en geoormerkte bijdragen, die vaak afkomstig zijn van een klein aantal grote donoren, worden verminderd. Daarbij moeten de bestaande bevoegdheden van de organisatie strategischer worden ingezet om de financiering beter te laten aansluiten op het bestuur van de VN. Dat kan zowel de doeltreffendheid als de verantwoordingsplicht van de organisatie versterken.

Een mogelijkheid is om het aandeel van niet-geoormerkte vrijwillige bijdragen zo groot mogelijk te maken en daarnaast aparte financieringskanalen voor specifieke projecten te creëren, zonder dat transactiekosten of de belangen van donoren het bestuur verstoren. Tegelijkertijd kunnen donoren passende erkenning krijgen voor hun bijdragen en kan de transparantie over de financiering worden vergroot.

De bredere agenda van de nieuwe secretaris-generaal is bijzonder ambitieus: de vrede bevorderen, de meest kwetsbare groepen beschermen, de wereld tot actie tegen klimaatverandering bewegen en regels ontwikkelen voor kunstmatige intelligentie. Dat is een enorme opgave, zeker nu geopolitieke spanningen het steeds moeilijker maken om internationale overeenstemming te bereiken en duurzame oplossingen voor de lange termijn te vinden.

Tegelijkertijd hebben de VN zich onvoldoende aangepast aan de huidige multipolaire wereld, waarin de macht en invloed over steeds meer landen en regio’s zijn verspreid. Wanneer landen het gevoel hebben dat hun betrokkenheid vooral symbolisch is en dat hun belangen onvoldoende worden gehoord, versterkt dat het gevoel van uitsluiting, waardoor de legitimiteitscrisis wordt verdiept.

Maar de volgende secretaris-generaal kan die ontwikkeling helpen keren. Het herstel van de legitimiteit van de VN zal niet eenvoudig zijn en zeker niet van de ene op de andere dag plaatsvinden. Maar een leider die in de eerste honderd dagen laat zien de organisatie doeltreffend te kunnen besturen en zich duidelijk inzet voor hervormingen, kan wel de basis leggen voor een vernieuwde en beter functionerende VN.

Philipp Schönrock is directeur van Cepei, een onafhankelijke denktank in Bogotá die zich richt op mondiaal bestuur, data en digitalisering ter bevordering van duurzame ontwikkeling.

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.

Vertaling: Menno Grootveld
© Project Syndicate, 2026.

Tags