Laura Buelinckx

01 november 2026
Column

Wat is kennisoverdracht?

“‘Verloren lestijd’

Collage met portretfoto van Laura Buelinckx
Collage met portretfoto van Laura Buelinckx

Geen enkele lestijd mag nog verloren gaan, verkondigt de minister van Onderwijs. Leerkracht Nederlands Laura Buelinckx ziet dat anders. Praten met je leerlingen over wat hen bezighoudt, hen laten ventileren over iets, is dat echt verloren tijd? Je moet toch ruimte laten voor menselijkheid? Want lesgeven is nog altijd veel meer dan enkel een leerplan volgen.

Wanneer ik de minister van Onderwijs hoor verkondigen dat geen enkele lestijd verloren mag gaan, denk ik meteen aan alle momenten (soms een tiental minuten, soms het hele lesuur) die ik in mijn carrière al verloren liet gaan. In haar ogen dan.

Leerlingen die afgemat van een moeilijke toets toekomen in mijn lokaal, die laat ik even op hun effen komen. Leerlingen die met een ei zitten over de werkdruk laat ik even ventileren.

Leerlingen die me proberen af te leiden van de les en me vragen beginnen te stellen over mijn leven, die laat ik even zien hoe het leven van een volwassene er zoal kan uitzien.

Is dat verloren lestijd? Oké. Ik ben dan inderdaad niet bezig met “leerplandoelen” en “evaluatiecriteria”, maar ik ben wel bezig met ménsen. En daar hoort ook menselijkheid bij.

Het wordt anders wanneer ik leerlingen hoor die Andrew Tate en consorten napraten. Die iets op TikTok hebben gezien en het meteen voor waar aannemen. Die hun bezorgdheid uiten over de staat van de wereld. Daar pik ik graag gretig op in. Ik vind dat zelfs een morele plicht als leraar. Gekoppeld aan mijn leerplandoelen uiteraard, ik ben behalve een babbelkous ook een zeer plichtsbewuste leraar.

Mijn vak, Nederlands, leent zich daar dan natuurlijk ook perfect toe. Teksten lezen, fragmenten uit een talkshow bekijken, klasgesprekken voeren, argumenten formuleren, een opiniestuk schrijven, en passant nieuwe woordenschat aanreiken. Stuk voor stuk zinvolle oefeningen die de kritische zin van leerlingen aanscherpen, of doen ontwaken, én handige vaardigheden die hun taalbeheersing stimuleren. Netjes opgenomen in de leerplannen. Maar ook daar wijk ik af van louter kennisoverdracht.

Maar is dat echt zo? Want wat betekent kennisoverdracht nu eigenlijk net?

Wanneer we in de klas spreken over misogynie, feminisme, woke, antiwoke of racisme, is dat dan geen noodzakelijke kennis om de (leef)wereld van vandaag beter te kunnen begrijpen?

Wanneer leerlingen zich opwinden over conflicten en aanslagen en oorlogen in de hele wereld, is dat dan geen noodzakelijke kennis om te begrijpen vanwaar dat komt, hoe de geschiedenis zich blijkbaar toch herhaalt, hoe bepaalde mechanismen werken?

Hoe zinvol is het om jongeren wegwijs te maken in de TikTokwirwar van schadelijke filmpjes van schadelijke influencers?

Hoezo is het verloren lestijd wanneer leerlingen me vragen stellen over de verkiezingen, en ik even de stijlfiguren parkeer om het te hebben over ons politieke spectrum en hun vragen probeer te beantwoorden – ook al geef ik Nederlands?

En ja, er zijn in de nieuwe leerplannen sleutelcompetenties opgenomen rond mediawijsheid en historisch en cultureel bewustzijn. Nadat in 2022 de eerste vernieuwde eindtermen door het Grondwettelijk Hof vernietigd werden, nam de ontwikkelcommissie ze opnieuw onder de loep en werden ze “versoberd”.

Er werd bij de herwerking ingezet op kwaliteit, niet op kwantiteit, zo staat te lezen op de site van de Vlaamse overheid. Met een grotere nadruk op competenties in het Nederlands, andere talen en wiskunde, exacte wetenschappen en technologie. Juist ja, je voelt het al komen: die andere competenties werden dus nét iets minder belangrijk.

Ik denk dat we het er nochtans allemaal over eens zijn dat we met onze leerlingen ook rond die competenties moeten werken. Er werden zelfs modules of vakken opgericht met als enige doel om die vaardigheden aan te reiken. Maar die liggen nu dus ook onder vuur, zeker na het zoveelste doembericht over de “slechte” resultaten van grootschalige onderzoeken als PISA, PIRLS, of het recente gehamer op ‘kennis, kennis, kennis’.

Geloof me, ik zit ook al jaren met de handen in het haar over de schrijfvaardigheid van mijn leerlingen en hun tanend leesbegrip. Daar ís werk aan. Werk dat ik met plezier doe, en soms ook niet. Want het geeft extra werk, dat wel. Werk dat lang niet stopt na vijftig minuten. In kleinere klasgroepen zou dat bijvoorbeeld al heel wat behapbaarder zijn. Dan zou ik beter kunnen differentiëren waar nodig.

Uiteraard is dit geen individueel probleem, maar een probleem dat mensen in het veld al jaren aankaarten als: geef ons meer middelen. Want er rust ontzettend veel druk op de schouders van onze leraars. Los van het feit dat onze job al jaren de perceptie niet mee heeft, dragen de huidige beslissingen in onze onderwijswereld alleen maar bij tot meer onbegrip.

En ook tot meer stress, zowel voor ons als voor onze leerlingen. Nog een laatste nuancering: ik vind zelf dat een onevenredige verdeling tussen kennis en vaardigheden ons onderwijs en onze leerlingen niet ten goede komt. Kennis muss sein.

Maar die laatste dag van het schooljaar, waar we nu dus ook al zeker geen lestijd verloren mogen laten gaan, denk ik dat ik liever eens ga kijken naar mijn opgeschoten pubers. De examens zijn gepasseerd, hun punten zijn binnen.

Tijd voor een andere soort evaluatie. Je zag de leerling die worstelde met de taal, maar steevast naar de bijles kwam en je remediëringstraject volgde. Je zag de leerling die prachtig kon tekenen of schrijven. Je hoorde de leerling met de ongelooflijk warme stem en een uitspraak waar zelfs Martine Tanghe van had opgekeken.

Je zag de leerling die haar hart luchtte over problemen thuis en je nam je tijd voor haar. Je zag een koppeltje (of twee-drie) ontstaan en die ontluikende liefde maakte je nog meer “emojuf” dan anders. Je zag een enthousiaste boekenbende bij elkaar komen. Je zag jongens zichtbaar genieten van een stevig sportartikel, of zelfs van de gedichten van Herman de Coninck.

Je hoorde dat ene stille meisje opeens vaker. Je kende de zwakke plek van de stoere jongen met het kleine hart. Je las een vlammend gedicht over Gaza van een leerling die niet enkel mondeling maar ook schriftelijk enorm sterk bleek. Je zag een trotse leerling die de gedichtenwedstrijd won. Je had verhitte discussies met de jongen die beweerde dat meisjes minder mochten dan jongens en hoopte dat je toch ergens een zaadje had geplant.

Je zag kinderen groeien en bloeien. Je zag helaas ook kinderen afhaken of uitvallen en je kan alleen maar hopen dat ook zij op hun pootjes terechtkwamen. Zo gaat dat op school immers net zo goed, los van al dat evalueren.

En ja, ik hecht erg veel belang aan de lat hoog genoeg leggen en goede resultaten. Toch wel. Maar minstens evenveel aan het leefproces, ehm, leerproces. Hoe ze evolueren, die tieners. Hoe we ze mee vormen. En hoe dat nog altijd méér is dan louter een leerplan volgen.

Laura Buelinckx is auteur en leraar Nederlands.

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.

Deze opinie werd geschreven voor de MO*special over onderwijs. Dit extra nummer kwam er in opdracht van VVOB - Education for development.

Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.

Tags